HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 54

JPEG (Deze pagina), 1.03 MB

TIFF (Deze pagina), 8.00 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

. - 5-L -
; ‘ bevinden, daaronder opkomen, of den werkelijken dienst onder de wapenen
i verlaten, opgaven die zich in den loop van het jaar zullen herhalen, kunnen
het best door de bevelhebbers der aanwezige zee- of landmacht aan de _ 1
plaatselijke besturen geschieden.
i Ook hier zal de inrichting der opgave zoodanig zijn vast te stellen, dat
de noodige aanwijzingen worden voorgeschreven, opdat, overeenkomstig de
j tweede alinea, het gemeentebestuur, dat bij eene opgave omtrent schorsing
1 belang heeft, daarvan kennis kunne bekomen. ‘
Artikel 10. Uit de toelichting der vorige artikelen blijkt reeds, dat eene
j volledige en eenvormige inrichting der voorgeschreven opgaven noodig is,
i o1n op regelmatige wijze den gemeentebesturen al datgene te verschaffen, wat
voor eene deugdelijke samenstelling en herziening der kiezerslijst behoeven.
Aráikai 11. De aanvrage om op de kiezerslijst te worden geplaatst, zal
door den aanvrager in haar geheel dienen te worden geschreven in een
daartoe aangewezen gemeentelokaal, onder toezicht van daartoe aangewezen
ambtenaren. Zij zal onmiddellijk nadat zij in schrift is gebracht moeten
Q worden ingeleverd. De beslissing of het ingeleverde stuk werkelijk is eene .
j duidelijke aanvrage om op de kiezerslijst te worden geplaatst, staat aan
het gemeentebestuur, behoudens beroep volgens de bepalingen der wet.
[ De aanvrage zal zoodanig zijn in te richten, dat zij het gemeentebestuur
‘ eene contröle verschaft op hetgeen in de bevolkingsregisters omtrent den
aanvrager is geboekt.
Arti/cel 12. Volgens de eerste Alinea wordt de bestaande lijst bij de her- ,
ziening als grondslag genomen.
Een nieuwe aanvrage om op de kiezerslijst te worden geplaatst, is voor
hem die daarop reeds voorkomt, niet noodig en zoude strijden met het aan- ;
genomen beginsel, dat aan de kiezerslüst een blijvend karakter toekent. _
De in artikelen 1 tot 12 gegeven voorschriften omtrent de wijze van '
samenstelling en herziening der kiezerslijsten, doen, met elkander in ver-
band beschouwd, dezen arbeid als eenen zeer eenvoudigen kennen.
De plaatsing op de kiezerslijst geschiedt alleen op eene in den voorge-
’ schreven vorm gedane persoonlijke aanvrage. Tot de beoordeeling dezer
aanvrage geven de bevolkingsregisters de noodige opgaven omtrent de ge-
meente, waar de inschrijving moet geschieden en, - waar noodig door
‘ ambtelijk onderzoek aangevuld, - omtrent het Nederlanderschap, het in-
gezetenschap en de meerderjarigheid. Het kenteeken van geschiktheid ligt
in de eigenhandig gedane aanvrage. Het kenteeken van maatschappelijken
welstand is aanwezig, wanneer de aanvrager niet in eene der opgaven van
instellingen van weldadigheid of gemeentebesturen omtrent door hen ver-
strekten onderstand voorkomt. Tot onderzoek of de aanvrager op eenigen
wettelijken grond moet worden uitgesloten van het kiesrecht zal raadpleging
van de opgaven der- Ministers van Justitie, Binnenlandsche Zaken en Finan-
ciën, der besturen van krankzinnigengestichten en der provinciale besturen
voldoende wezen. De noodzakelijkheid eener schorsing in de uitoefening van
het kiesrecht en het ophouden daarvan, blijken uit de opgaven der bevel-
i E
` l
‘ ä