HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 53

JPEG (Deze pagina), 1.02 MB

TIFF (Deze pagina), 8.01 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

z i
i , . ~ i
1 1
¤
‘ - 53 -
zij onder onderstand. De laatste alinea van het artikel schünt elke onzekerheid
· daaromtrent weg te nemen. Zij stelt als regel, dat elke ondersteuning die
ontvangen is, hetzij deze in geld of in natura wordt verstrekt, als onder-
stand moet worden aangemerkt. Maar zij zondert daarvan tevens uit de
verstrekking van genees- of heelkundige hulp of geneesmiddelen en het
ontvangen van geheel of ten deele kosteloos onderwijs. Daar deze hulp
veel verder strekkende doeleinden dient, dan die welke bij armenverzor-
. ging op den voorgrond staan, kan zoodanige ondersteuning niet geacht
worden onderstand te zijn. .
Artikel 5. De gemeentebesturen ontvangen krachtens dit artikel een
alphabetisch ingerichte lijst van al de meerderjarige mannelüke personen,
die op 15 Januari de beschikking of het beheer over hunne goederen niet
bezitten, met uitzondering van hen, bij wie het verlies van die rechten
een gevolg is van hun verblijf in een krankzinnigengesticht en waarvan
de opgaven door de besturen der krankzinnigengestiohten, krachtens artikel 3,
tweede alinea, worden verstrekt. Er wordt dus alleen mededeeling gedaan van
hen, die de genoemde rechten hebben verloren ten gevolge van rechter-
· lüke uitspraak, en ze op 15 Januari nog niet hadden terug verkregen.
Voorts verkrijgen de gemeentebesturen, langs dezen weg, opgaven om-
trent hen, die van het kiesrecht zijn ontzet, en die wegens misdrijf tot
eene vrijheidsstraf van vier jaar of langer zijn veroordeeld. Het voorschrift,
dat de opgave ook moet behelzen plaats en dagteekening van de geboorte,
bevordert bij gelijkluidendheid van namen en voornamen, eene duidelijke
persoonsaanwgzing.
Bij de opgave van artikel 4 kon de vermelding van plaats en dagteeke-
ning der geboorte niet worden voorgeschreven, daar zij aan de besturen
der instellingen van weldadigheid veelal niet bekend zullen zijn.
1 Arlikelen 7 en 8. Uit de hier voorgeschreven opgaven leeren de gemeente-
` besturen de personen kennen, die den plicht niet nakomen om in de lasten
der gemeenschap te dragen en dientengevolge van het kiesrecht zgn uitge-
sloten. De in artikel 10 bedoelde algemeene maatregel van bestuur zal de
inrichting dier opgaven zoodanig moeten regelen, dat daaruit blijke aan
wie, volgens de bepalingen der wet, kwijtschelding is verleend en van wie
de aanslagen wegens onvermogen oninbaar zijn verklaard. De in artikel 14
voorgeschrevene openbaarheid der opgaven zal tegen het gevaar van mis-
bruiken, die op de kiesbevoegdheid van invloed konden zijn, voldoende waken.
Daar de kohieren noch plaats en dagteekening van geboorte, noch leef-
tijd der aangeslagenen vermelden, kunnen de opgaven niet anders, dan
gelijk zij zijn voorgeschreven, worden verstrekt.
Voor zooveel noodig zij opgemerkt, dat in artikel 8 onder de provin- "
ciale directe belastingen niet zijn begrepen de heflingen van opcenten op
j ’s Rijks directe belastingen. Door hun verband metlaatstgenoemde belastingen {
, vormen zij geen afzonderlijken grond voor uitsluiting van kiesrecht voor de ?
Provinciale Staten. ,
j ~ Artikel 9. De opgaven omtrent de personen, die zich onder de wapenen A
l
al i
( .