HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 51

JPEG (Deze pagina), 1.05 MB

TIFF (Deze pagina), 7.99 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

j ­ 51 -­
. zl¢·1fik·eZ. 1. Daar de vereischten tot kiesbevoegdheid voor de Tweede
Kamer en voor de Provinciale Staten nagenoeg geheel dezelfde zgn, kan
­ met een zelfde lijst voor de aanwijzing der kiezers van beide vergaderingen
werden volstaan.
Tot bepaling der gemeente op welker kiezerslijst een kiesbevoegde behoort
gebracht te worden zijn als grondslag aangenomen de bevolkingsregisters,
i die krachtens wettelijk voorschrift worden bijgehouden in alle gemeenten
des Rijks. Daardoor wordt feitelijk geene verandering in het leven geroepen,
A want in de praktijk richten de gemeentbesturen zich ook thans bij het op-
maken der lijsten naar het bevolkingsregister. En zulks niettegenstaande
de thans geldende wetsbepalingen eenen band hebben gelegd tusschen het
domicilie van den kiezer, de woonplaats in burgerlijken zin, en de plaatsing
op de kiezerslijst, zoodat het domicilie rechtens ten aanzien van de juist-
heid dier plaatsing beslissend is. Bij de uitbreiding der kiesbevoegdheid is
het noodzakelük, datgene tot wettelijken regel te verheffen, wat bereids
in de praktijk als zoodanig geldt. _
De bevolkingsregisters mogen reeds thans, blijkens een ingesteld onder-
` zoek, geacht worden voor het aangewezen doel geschikt te zijn. Mocht
daarvoor echter nog eenige aanvulling van de algemeene maatregelen van
bestuur, welke het uitvloeisel zijn der wet van 15 April 1887 (Sáaaisölacl
n°. 87) of van de, te hunner uitvoering gegeven, administratieve voor-
schriften noodig blijken, dan zal daartoe worden overgegaan.
De vereischten voor de kiesbevoegdheid, die het recht geven om op de
kiezerslijst van een bepaalde gemeente te worden geplaatst, moeten aan-
wezig zijn op eenen, door de wet bepaalden dag, aan dien der vaststelling
van de kiezerslijst voorafgaande. De bepalingen van de bestaande wet geven E
in dit opzicht, zooals bekend is, aanleiding tot moeielijkheden. Als datum
is genomen 15 Januari, waardoor de opmaking en herziening der kiezers-
lijst op regelmatige wijze kan geschieden.
Artikel 2. De noodzakelijkheid om de kiezerslijst alphabetisch in te richten
is reeds thans uit praktische behoeften gebleken. Het reclamerecht tegen de
lijst, in den omvang dien dat recht en de lijst zal verkrijgen, vordert, dat
tot eene zoodanige inrichting der lijst wettelijke verplichting besta. 1
Aanteekening op de lijst van het stemdristrict, waarmede bedoeld wordt
hetgeen in de bestaande wet het onderkiesdisctrict genoemd is, is noodig,
opdat van het reclamerecht ook te dezen aanzien zou kunnen worden ge-
bruik gemaakt. 1
De derde alinea voorziet in het geval, dat er kiezers zijn, zooals schippers,
die geen woning in de gemeente bezitten. De voorschriften omtrent de
bevolkingsregisters kunnen de gemeente aanwijzen, waar deze personen in
die registers worden ingeschreven, maar daarmede is voor hen in die gemeente j
niet altijd eene plaats van woning bepaald. Het kan dientengevolge onzeker i
zijn, tot welk kies- en stemdistrict zij behooren en het is noodig dat de wet ,
die onzekerheid opheffe. De daarvoor in alinea 3 gekozen weg schijnt voor J
het aangewezen doel zich door zijne eenvoudigheid aan te bevelen. Z
Alinea 4. Eene modehkiezerslijst is reeds nu bij ministerieele resolutie
vastgesteld, ofschoon de wet van geen model melding maakt. Eenheid van i
I
. ‘
ä
l ...,,_,__