HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 4

JPEG (Deze pagina), 906.94 KB

TIFF (Deze pagina), 7.84 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

- 4 - i
l
b. zij, die den door hen verschuldigden aanslag in de Rijks directe belas-
tingen in hoofdsom en opcenten niet hebben voldaan, tenzij, volgens wet- ,
telijk voorschrift, die belasting hun is kwijtgescholden, of hun onvermogen l»
om die te voldoen is `gebleken, j
gedurende het burgerlijk jaar volgende op het dienstjaar, waarover de ’
belasting had moeten zijn voldaan; ·· lb
c. zij, die zich opzettelijk aan den bij de wet opgelegden krijgsdienst of i
aan eene bij de wet opgelegde verplichting ten aanzien van ’s lands ver-
dediging hebben onttrokken; l
d. zij, die onherroepelijk wegens misdrijf zijn veroordeeld tot eene vrijheids­
straf van vier jaar of langer; ‘
e. zij, die door den militairen rechter zijn ontslagen uit den militairen
dienst met onwaardig­verklaring om bij de gewapende macht te dienen. ?
Aar. 6. U · I
` _ Het kiesrecht wordt niet uitgeoefend door hen, die: `
· a. krachtens wettelijk voorschrift, van hunne vrijheid zijn beroofd;
b. niet voorkomen op de van kracht zijnde kiezerslijsten.
ART. 7.
' De uitoefening van het kiesrecht wordt geschorst voor de militairen be-
neden den rang ·van oüicier bij de zee- en de landmacht, voor den tijd,
gedurende welken zij zich in werkelijken dienst onder de wapenen bevinden. ·
F
Aar. 8.
De leden der Provinciale Staten worden gekozen door de ingezetenen der
provincie, die bevoegd zijn tot het kiezen van leden van de Tweede Kamer
der Staten­Generaal.
‘ Deze wet houdt voor ingezeten der provincie hem, die daarin gedurende
de laatst voorafgaande twaalf achtereenvolgende maanden zijn woonplaats
heeft gehad.
- Aar. 9.
Behalve de in artikel 5 genoemden zijn van het kiesrecht voor de Pro-
vinciale Staten uitgesloten, gedurende het burgerlijke jaar volgende op het ‘
dienstjaar waarover de belasting had moeten zijn voldaan, zij die den door
hen verschuldigden aanslag in de directe belastingen der provincie, waar-
van zij ingezetenen zijn, niet hebben voldaan, tenzij, volgens wettelijk voor-
schrift, die belasting hun is kwijtgescholden of hun onvermogen om die te _
voldoen, is gebleken.
Aar. 10.
De wet van 4 Juli 1850 (Staatsblad n". 37), gewijzigd door artikel VII van
de Additioneele artikelen der Grondwet en door de wet van 30 December
1887 (Staatsblad n°. 257), vervalt voor zooverre zij de kiesbevoegdheid regelt
voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal en de Provinciale Staten.
Zij blijft ten aanzien der kiesbevoegdheid voor de gemeenteraden van
kracht, zoolang daaromtrent niet nader bij de wet, regelende de samen-
` , stelling, inrichting en bevoegdheid der gemeentebesturen, zal zijn voorzien.