HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 29

JPEG (Deze pagina), 753.58 KB

TIFF (Deze pagina), 7.83 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

· á
7 l
` - 29 -
_ DERDE HOOFDSTUK.
Van de a_/'tredlug der leden van de Eerste en Tweede Ifamer.
4 Am. 45.
Een derde gedeelte van de leden der Eerste Kamer treedt om de drie
jaren af.
` · Het eerste aftredende derde bestaat voor Noordbrabant uit 2 leden,
Gelderland 2, Zuidholland 4, Noordholland 3, Utrecht 1, Friesland 1, Over-
ijssel 1, Groningen 1, Drenthe 1 en Limburg 1, te zamen 17 leden.
Het tweede bestaat voor Noordbrabant uit 2 leden, Gelderland 2, Zuid-
holland 3, Noordholland 3, Zeeland 1, Utrecht 1, Friesland 1, Overijssel 1,
'Groningen 1, Drenthe 1 en Limburg 1, te zamen 17 leden.
Het derde bestaat voor Noordbrabant uit 2 leden, Gelderland 2, Zuid-
holland 3, Noordholland 3, Zeeland 1, Friesland 2, Overijssel 1, Groningen
1 en Limburg 1, te zamen 16 leden. t
Ama 46.
Bij ontbinding der Eerste Kamer begint de rooster van aftreding telkens
op nieuw te werken, over twee jaren, te beginnen met den eerstvolgenden
derden Dinsdag in September.
Bij ontbinding der Tweede Kamer treden de leden af drie jaren na den
eerstvolgenden derden Dinsdag in September.
I Anw. 47.
Het lot bepaalt den tijd, waarop elk lid der Eerste Kamer naar den
rooster aftreedt, zooverre deze dien tijd niet zelf heeft aangewezen.
ART. 48.
Die ter vervulling eener buiten den gewonen tijd van aftreding open-
gevallen plaats tot lid der Eerste of Tweede Kamer is verkozen, treedt af
op het tijdstip, waarop degene, in wiens plaats hij is verkozen, moest aftreden. j
Am?. 49. [4
De wet van 4 Juli 1850 (Staatsblad n°. 37) gewijzigd bij artikel VII van j
de Additioneele artikelen der Grondwet en door de wet van 30 December 1887
(Staatsblad n". 257), vervalt voor zoover zij de benoeming van afgevaardigden
der Eerste en der Tweede Kamer van de Staten­Generaal en hunne aftre-
ding regelt.
. l
j i
L