HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 25

JPEG (Deze pagina), 834.87 KB

TIFF (Deze pagina), 8.00 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

www W-/Uü·~;` ’ ‘ ‘ '‘’‘ " Y WU ‘· 7*-7 Y Yi - ···~·=~·­·~ -·<*»·­···«··.·-¤*vwv<<v ”€l7:T*Y“‘=“P"$j¥'g@Y•¢j%`*"”¢§,§?;«i§=gg§,_
ä
-- 25 - .
ART. 23.
Binnen veertien dagen nadat Gedeputeerde Staten kennis hebben beke- `
men, dat een benoemde de benoeming niet aanneemt, of nadat de in de
artikelen 21 en 22 bepaalde tijd verstreken is, doen de Provinciale Staten j
eene nieuwe keuze. i
ART. 24.
De tot lid der Eerste Kamer benoemde legt, indien hij voorkomt op
de lijsten der hoogstaangeslagenen, nevens zijn geloofsbrief, aan de Kamer
over een uittreksel, voor zooveel zijn persoon betreft, van de provinciale
lijst van hoogstaangeslagenen waarop hij gebracht is en eene door hem
zelven af te geven verklaring, vermeldende alle openbare betrekkingen die j
hij bekleedt. Indien hij niet voorkomt op de lijsten der hoogstaangeslagenen, ~
legt hij nevens zijn geloofsbrief en de verklaring, vermeldende alle open-
bare betrekkingen die hij bekleedt, over een uitt1·eksel uit de geboorte-
registers of, bij gemis daarvan, eene akte van bekendheid, waaruit de tijd
en plaats zijner geboorte blijken en eene verklaring, vermeldende welke
der hooge en gewichtige openbare betrekkingen, bedoeld in artikel 1, hij
bekleed heeft.
ART. 25.
De geloofsbrief moet door den gekozene, binnen drie maanden na zijn
+. dagteekening, bij de Kamer worden ingezonden. De griffier der Kamer doet
aan den Minister van Binnenlandsche Zaken mededeeling der ingekomen
geloofsbrieven. .
Is de geloofsbrief niet binnen den in de vorige zinsnede bepaalden ter-
_ mijn ingezonden, dan wordt de plaats geacht opnieuw te zijn opengevallen.
ART. 26. '
De leden der Eerste Kamer kunnen te allen tijde hun ontslag nemen.
Het wordt door hen ingezonden aan de Kamer, die het ter kennis brengt J
van den- Minister van Binnenlandsche Zaken, of, zoo de zitting der Kamer {
gesloten is, aan dien Minister.
Am. 27.
Wanneer een lid der Eerste Kamer ophoudt Nederlander te zijn of een
der andere in artikel 1 vermelde vereischten verliest, of na zijne verkie-
zing een bezoldigd Staatsambt aanneemt, dat hij niet reeds tijdens die ver-
kiezing vervulde, houdt hij op lid te zijn.
De nieuwe keuze geschiedt alsdan binnen dertig dagen na den dag, waarop
de Minister van Binnenlandsche Zaken kennis van het feit heeft bekomen.
vi
1
l
l