HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 24

JPEG (Deze pagina), 799.48 KB

TIFF (Deze pagina), 8.00 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

=•i< ".¤«%·¤¤¤¤¥v ~.«¤¤=»bif¤.z‘>·‘r¢1¤=‘¤‘;!*¤·¤=¤Y‘ ‘ ··••·­., ~.., ..·«.·~à£`
ll
H1.
.g _
nl
jj - 24 -
TT; ART. 16.
De voor de toepassing der voorgaande artikelen door de ontvangers der
ig Rijks directe belastingen en der registratie en domeinen af te geven uit-
;,|’ treksels uit de kohieren zijn vrij van kosten.
Aar. 17.
De leden der Eerste Kamer worden door de Provinciale Staten gekozen,
g+‘ op de door de provinciale wet bepaalde wijze.
t`, Am. 18.
Vl · De gewone tijd te hunner verkiezing is de tweede Dinsdag der maand Juli.
Alsdan wordt voorzien in de vervulling van de plaatsen der leden, die
met den volgenden derden Dinsdag van September naar den rooster moeten
R aftreden.
l
l Anw. 19.
De verkiezing ter vervulling der plaatsen, die door ontslag, overlijden of
om eene andere reden- openvallen, geschiedt binnen dertig dagen na dat
, openvallen.
' Ingeval van ontbinding der Eerste Kamer, geschiedt de verkiezing van
jl de leden der nieuwe Kamer binnen veertig dagen na de dagteekening van
" · het besluit tot ontbinding. ~
ll Anrr. 20.
Gedeputeerde Staten zenden ten spoedigste aan den benoemde een door _
lj den voorzitter en den griffier te teekenen uittreksel uit de notulen der
Statenvergadering, waarin hij is benoemd.
Dit uittreksel vermeldt het getal der bij de stemming tegenwoordige leden
lg van de Staten, dat der op den benoemde uitgebrachte stemmen, en de om-
E standigheden, die op de geldigheid der stemming van invloed geweest zijn.
H; Het strekt den benoemde tot geloofsbrief.
je
Am. 21. `
De benoemde geeft, bij het bekomen van het uittreksel, een bewijs van
j ontvangst daarvoor af en binnen drie weken na de dagteekening van dat
bewijs, kennis aan de Gedeputeerde Staten, of hij de benoeming aanneemt.
Hij wordt, laat hij dien tijd zonder kennisgeving voorbijgaan, geacht de
ii benoeming niet aan te nemen. {
ART. 22.
li Die in meer dan ééne provincie is benoemd, verklaart aan de Gedepu-
j' _ teerde Staten dier provinoiën, binnen den in het vorig artikel gestelden
i` termijn, welke benoeming hij aanneemt.
j Hij wordt, laat hij dien tijd zonder verklaring voorbijgaan, geacht geene
der op hem uitgebrachte benoemingen aan te nemen.