HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 16

JPEG (Deze pagina), 778.09 KB

TIFF (Deze pagina), 7.92 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

S ‘ Y
_ 16 ...
biljetten en sluit de bussen, na zich te hebben overtuigd dat zij volkomen
i ledig zijn.
ART. 57.
Tot de stemming wordt niemand toegelaten dan die volgens de kiezerslijst
bevoegd is tot de keuze mede te werken.
Am. 58.
i De kiezer geeft aan het stembureau op zijnen naam, voornaam en woon-
plaats en stelt, zoo hij tot stemmen bevoegd is , ten overstaan van het bureau
i zijnen naam op de lijst der kiezers die aan de stemming deelnemen.
Aar. 59.
De kiezer ontvangt daarop uit handen van den voorzitter het stembiljet.
De biljetten mogen niet vroeger en alleen op deze wijze aan de kiezers
l worden verstrekt.
j Een der leden van het stembureau houdt aanteekening van h.et getal der
i verstrekte biljetten. '
i Anw. 60.
i De kiezer begeeft zich onmiddellijk na ontvangst van het stembiljet naar
eenen niet in gebruik genomen lessenaar en teekent aldaar, op de bij alge-
i meenen maatregel van bestuur vast te stellen wijze, zijne stem op het biljet `
j aan. Hij vouwt het stembiljet dicht naar de zijde, waarop de namen. der
candidaten zijn gesteld, en begeeft zich daarmede onmiddellijk naar het
stembureau.
De voorzitter van het stembureau, na zich, zonder het stembiljet in handen
te nemen, overtuigd te hebben dat het aan de buitenzijde den voorgeschreven
stempel draagt, doet den kiezer het biljet in de stembus steken.
ART. 61.
Een der leden van het stembureau houdt, door het stellen zijner paraphe _
naast den naam van den kiezer op de kiezerslijst, aanteekening, dat de
kiezer aan de stemming heeft deelgenomen.
Am:. 62. '
Een kiezer kan, wanneer hij zich bij de invulling van zijn biljet vergist,
eenmaal een nieuw stembiljet aan den voorzitter van het stembureau aan-
vragen, mits het eerst overhandigde door hem wordt teruggegeven. z

l ART. 63.
Wanneer blijkt, dat een kiezer hulpbehoevend is, kan de voorzitter van
het stembureau toestaan, dat hij zich doe bijstaan.
Anw. 64. j
De kiezer, die de bij deze wet of de bij den tot uitvoering daarvan gc- ä A
nomen algemeenen maatregel van bestuur gegeven voorschriften omtrent
l