HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 14

JPEG (Deze pagina), 865.07 KB

TIFF (Deze pagina), 7.88 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

V ‘ ”
._ 14 _.
De raad evenwel eener gemeente, welke meer dan één stemdistrict be-
vat, kan buiten zijn midden inwoners van gemeenten, tevens kiezers in
het kiesdistriet, waartoe het stembureau behoort, tot leden en plaatsver-
vangende leden daarvan benoemen.-
Eene benoeming tot lid of plaatsvervangend lid van het stembureau kan
niet worden geweigerd, dan om door burgemeester en wethouders te billijken <-
redenen.
Aar. 45.
De burgemeester is voorzitter van het hoofdstembureau der gemeente,
waarin het gevestigd is. Is in eene gemeente meer dan één hoofdstembureau
gevestigd, dan is de burgemeester der gemeente voorzitter van het hoofd-
stembureau van het kiesdistrict, waarbinnen het gemeentehuis is gelegen.
In dit geval worden de voorzitters der andere hoofdstembureaux door den ·
gemeenteraad uit zijn midden benoemd en wordt voor de stembureaux een
· der leden bij de benoeming als voorzitter aangewezen.
In gemeenten waarin geen hoofdstembureau is gevestigd, is de burgemeester
voorzitter van het stembureau in het stemdistrict, waarbinnen het gemeente-
huis is gelegen. De voorzitters van de andere stembureaux worden door den
gemeenteraad uit zijn midden benoemd.
De voorgedragen candidaten en de aftredende leden der vergadering,
waarvoor de verkiezing geschiedt, kunnen niet zijn voorzitter, lid of plaats-
. vervangend lid van het stembureau.
Aar. 46.
De voorzitter, leden en plaatsvervangende leden der stembureaux kunnen
aldaar aan de stemming deelnemen.
ART. 47.
Gedurende de stemming zijn de voorzitter, leden en plaatsvervangende
leden steeds in het stembureau aanwezig.
Het buiten noodzaak afwezig blijven wordt gestraft met eene geldboete
van ten hoogste honderd gulden.
Bij ziekte of noodzakelijke verhindering van den voorzitter treden de
leden, naar volgorde van benoeming, als zoodanig op. De leden worden op
gelijke wijze, zoo noodig, vervangen door de plaatsvervangende leden, naar
volgorde van benoeming. ·
Kan het stembureau uit de plaatsvervangende leden niet worden voltallig
gemaakt, dan worden door den voorzitter van het stembureau, uit de in
het lokaal aanwezige kiezers, een of meerdere leden benoemd, voor den tijd
der ontstentenis van de plaatsvervangende leden.
Airr. 48.
Bij plaatselijke verordening, waarvan afkondiging geschiedt, wordt voor
elk stemdistrict een geschikt stemlokaal aangewezen.
De burgemeester zorgt voor de inrichting van het lokaal.
Aar. 49.
Op de tafel, voor het stembureau staande, ligt een exemplaar der wetten