HomeDe wetsontwerpen tot regeling van het kiesrecht, zoals zij bij Kon. Boodschap van 20 September 1892 bij de Staten-Generaal zijn Pagina 11

JPEG (Deze pagina), 857.69 KB

TIFF (Deze pagina), 7.94 MB

PDF (Volledig document), 67.81 MB

._ 11 _.
Partijen zijn niet gehouden, zich van de tusschenkomst van advocaten
te bedienen.
ART. 27. ·
, De verzoeker laat binnen acht dagen na het nederleggen van het voor-
Q ‘ melde verzoekschrift ter griiüe van de11 Hoogen Raad aan de wederpartij
beteekenen:
1°. een afschrift van dat verzoekschrift;
- 2". een afschrift van het bewijs, door den griffier van den Hoogen Raad
afgegeven, van het nederleggen van dit verzoekschrift ter griffie van dien Raad;
en doet het exploit van beteekening ter zelfde griflie nederleggen.
i
ART. 28.
j De wederpartij kan, binnen veertien dagen na het ontvangen der betee-
‘ kening in het voorgaande artikel vermeld, ter griffie van den Hoogen Raad ‘
een verzoekschrift doen nederleggen, waarin hare beantwoording van den
H ingestelden eisch van cassatie en hare conclusie worden ontvouwd.
ï Zij mag daarbij geene andere bewijsstukken overleggen, dan die zij voor
‘ · . de rechtbank heeft gebruikt.
ART. 29.
‘; ‘ Binnen vier en twintig uren na afloop van den in artikel 28 bedoelden
- termijn, stelt de griffier van den Hoogen Raad al de te dier zake ontvangen
‘ en te zijner griflie nedergelegde stukken in handen van den procureur-
generaal bij den Hoogen Raad.
Aar. 30.
" Deze brengt, binnen acht dagen daarna, zijn conclusiën ter terechtzitting
van den Hoogen Raad uit.
l De Hooge Raad doet binnen acht dagen daarna zijne uitspraak.
ART. 31. ·
Wanneer de Hooge Raad grond vindt tot vernietiging van het vonnis der
arrondissements­rechtbank, beslist hij in hetzelfde arrest de hoofdzaak,
zooals de rechtbank, die het vernietigde vonnis heeft gewezen, had be-
hooren te doen. Indien de beslissing der hoofdzaak afhangt van daadzaken
of rechtspunten, welke bij de vroegere behandeling zijn onopgelost gelaten,
verwijst de Hooge Raad het geding naar de rechtbank, ten einde met in-
achtneming van de uitspraak van den Hoogen Raad, de hoofdzaak verder
te behandelen en te beslissen.
Ama 32.
De procureur-generaal bij den Hoogen Raad is, wanneer geene der par-
tijen zich van het vonnis der rechtbank, in hare zaak gewezen, daartegen
in cassatie heeft voorzien, bevoegd die cassatie, in het belang der wet te
vragen.
Het te wijzen arrest kan de rechten, door de partijen verkregen, niet l
benadeelen. c
I S
ë
i