HomeDe ziekenfondsen in NederlandPagina 64

JPEG (Deze pagina), 788.23 KB

TIFF (Deze pagina), 6.66 MB

PDF (Volledig document), 68.64 MB

54«
tijdstip - bijv. door eene epidemie of door vermindering der
gratis bijdragen - ontoereikend is om de toegezegde onder-
steuning te verlecnen. Zelfhulp, persoonlijke inspanning van
den mingegoede, zijn steunen op eigen wel toegepaste kracht ,
komen hier in de eerste plaats in aanmerking; deze toch wer-
ken niet slechts tot leniging maar ook tot voorkoming van
armoede mede en bevorderen allerbest en allermeest de vrucht- j
baarheid van het in de zieken- en ondersteuningsfondsen , it
vooral door de spaarzaamheid der arbeidende klasse, bijeen-
gebrachte groote kapitaal 1); een kapitaal, dat goed beheerd
zulke schoone en zegenrijke renten afwerpt. '
Naast het belangrijk bezwaar , dat een overwegende invloed
der philanthropie op den gang der zaken in de ondersteunings-
fondsen , de energie der ingeschrevenen dreigt te verlammen,
bestaat dus het nietminder gewichtige gevaar, dat die invloed
uit den aard der zaak geenszins eene standvastige is; maar
afhankelijk blijft van den wisselvalligen steun der begunstigers.
Zelfs bij een zuinig , goed beheer en een tijdelijk voldoend te l
achten reservefonds is het ongeschokt voortbestaan van derge-
lijke instellingen volstrekt niet verzekerd. En al is het waar
dat onze ondersteuningsfondsen, die grootendeels op dezen voet
zijn ingericht, niettemin dikwijls een weldadigen invloed uit- l
oefenen op den maatschappelijken toestand der ininvermogende j
I) De commissie voorde begrafenisfondsen kon in haar rapport op bladz.
24 vaststellen, dat de helft der geheele bevolking van ons land in deze in-
stellingen verzekerd is en dat door hare leden per jaar daarin wordt bijge-
dragen eene som van ruim f4,IO0,000. Voor de ziekenfondsen ontbraken
onzer commissie te veel gegevens om tot een soortgelijk beslist resultaat
te komen. Zij kon slechts bij benadering opmaken de inkomsten uit pre-
miën van 432 ziekenfondsen met 395000 hulptrekkenden; deze beliepen
f 1,500,000 per jaar, dat is f3,80 per hoofd. Neemt men nu bij gissing
aan - en die is hoogst waarschijnlijk beneden de werkelijkheid - dat
niet de hey! gelük bij de begrafenisfondsen, maar slechts een vierde ge-
deelte der ruim 4,5 millioen inwoners van ons rijk, leden van zieken- en
ziekengeldfondsen zün, dan komen wij reeds tot een bedrag van minstens
f 4,275,000 dat jaarlijks in die fondsen wordt bijeengebracht. j
l
E