HomeDe maatschappelijke toestand der vrouwPagina 64

JPEG (Deze pagina), 683.28 KB

TIFF (Deze pagina), 5.41 MB

PDF (Volledig document), 51.44 MB

rr~···

56
waar zij zegt: ,,zij zijn moeders en zullen dus het leven
der soldaten niet roekeloos in de waagschaal stellen."
In het algemeen wekken de gruwelen van den oorlog
meer het afgrijzen op bij vrouwen dan bij mannen. I
Een wetgevende vergadering, waarin de moeders, zus-
ters en echtgenooten der ten strijde trekkende burgers
zitting hebben, zal zeker bezwaar maken, om gelden
te verstrekken voor een krijg, die niet gewettigd wordt,
door het waarachtig heil van den Staat. Hoeveel bloe- ,_
dige oorlogen ten gevolge van de noodlottige eerzucht
der vorsten, van de woelingen der partijen of van een
verkeerde opvatting van vaderlandsliefde, voornamelijk
van den kant der mannen!
Het tweede argument heeft betrekking op den gods-
dienst, waarover ik zoo straks uitvoeriger hoop te
spreken. Indien de vrouwen zitting hadden gehad in ...
den Grooten Raad van het kleine kanton Geneve, dan
had men met grond mogen verwachten, dat diezelfde
Raad de zusters van barmhartigheid niet uit het land
zou verjaagd hebben 1). Wanneer de vrouwen in den
1) Toen er in den Grooten Raad van Genève het voorstel ge-
daan werd, om de dochters van Saint Vincent de Paul en de
zusters van Barmhartigheid te verbannen, richtten een groot 4
aantal protestantsche dames een adres aan den Raad, verzoekende, 'lï
die geestelijke zusters te mogen behouden. Men sloeg geen acht {
op dit rekest, maar in een openbaar geschrift gaf de persoon,
die het voorstel tot verbanning gedaan had, aan de dames adres-
santen 0. a. den raad om de woorden van Luther te overdenken,
waar deze zegt: »G0dsdienstige vereenigingen zijn hulptroepen
van den Booze, het nest van den roofvogel, dat is de Paus: zij
zijn het ongedierte, dat de Duivel op het huis van Adam geplant S;
heeft, ten einde den Schepper te honen."Dergelijke liefelijkheden
waren niet ongewoon in de 16dB eeuw, en werden door schrijvers
van allerlei richting gebezigd, maar het is een merkwaardig
historisch verschijnsel, dat in het jaar onzes Heeren 1875 een lid
van den Grooten Raad van Genève er gebruik van maakt.