HomeEen vraag van den dagPagina 7

JPEG (Deze pagina), 897.82 KB

TIFF (Deze pagina), 5.75 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

· 5
bied van Nederlandsch­Indië bevinden aanspraak: op het- .
zelfde hebben, zou, geëerbiedigde Exeellentie, zeerzeker de
helft harer waarde verliezen, zoo er geen registqvs van
den burgerlijken staat bestonden en men zich alsnog met
onvolledige en bedenkelijke doopacten vergenoegen moest. ‘
Door de registers van den burgerlijken staat, kan men ;
dus veilig zeggen, wordt het familie-vermogen behouden, i'
worden afstammingsprocessen voorkomen, weten derden
met wien ze handelen. Op de registers van den burger- i
lijken staat, kan men uitdrukkelijker zeggen, steunt het
crecliet en voornamelijk het hcmdelscrediet. Thans komt in
Nederland zelden of nooit, en zelfs onder de Europeanen
, in Indië niet, een proces voor over afstamming. Tot ons
geluk wordt de bepaling van ons Burgerlijk Wetboek dat
de >>afstamming van wettige kinderen door de acten van
‘ geboorten bewezen wordt << een nuchtere waarheid. Het
bezit van staat, het getuigenbewüs met daaraan verbon-
den begin van bewijs door geschrifte -­ ze worden hoe ,,.
langer meer historische bewijsmiddelen die onze maat-
A schappij, zelfs de Europeesch­Indische, gaande weg in het
geheel niet meer verschrikken zullen.
Versehiaffen die registers rec/ztsze/cerheid en leveren ze
een belangrijke bijdrage tot den huisvrede - huiselijk ge- .
luk zal toch wel het geluk van den staat zijn - dan zal die
rechtszekerheid ongetwijfeld in elke geordende maatschap-
pg verlangd kunnen worden. Zoo wij sinds een halve
eeuw bezig zijn onze heerlijke koloniën in Azië tot een
maatschappij te vormen - want vroeger gingen we, he-
laas, en deden daarin niet onder voor andere koloniale
mogendheden, uit van het beginsel dat uitwendige macht
recht was - dan zullen wij daar, Excellentie; ik spreek
voorshands niet van het geringe getal Europeanen in In-
dië; onder de Inlanders, inderdaad geen wilden meer, de-
zelfde rechtszekerheid moeten brengen als bij ons. Dat
ons Regeeringsreglement nog van aanspraak op bescher- 3
ming van personen en goederen en niet van gel?/ce aan- j`
spraak gewaagt is wel een bewijs dat de Europeesche _ ‘
wetgever het geweten eenigszins ruim wenschte te hou-
den; doch niets belet intusschen aan den wetgever in het
algemeen den inlander een instelling te doen deelaehtig
worden waardoor hem het zijne gegeven wordt.
Het zqjoze nu, Excellentie, wordt hem niet gegeven,
en kan hem niet gegeven worden, zoolang hij eigenlijk
niet zeggen, althans niet bewijzen kan, wie hij is en van n
§.