HomeEen vraag van den dagPagina 52

JPEG (Deze pagina), 834.60 KB

TIFF (Deze pagina), 5.42 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

47
BaS_ de bedoeling zän van de lagere _an1btelij_ke hiërarchie,
,%,1, j Excellentie; uw breed Europeesoh 1Hz1cht 111 zaken staat
ibg i er mij borg voor; het 1S noo1t de bedoeling der wet,
een nooit de bedoeling Van IHd1ë’S bomïuden heerscher en
’s Konings geëerbiedigden plaatsvervanger, te trachten de
meê tusschenkomst van- advocaten, vooral in zaken van geheel
en hugoelooze of aan inlandsche zaakwaarnemers overgelever-
1.8_ g de argelooze inlanders te breken of te bemoeijelijken. De
lCh_ . bovengestelde vragen, die door den assistentqesident ge-
daan zonden zijn en nog wel op een publiek, officieel
' kantoor, waar steeds aan de deur vele Inlanders staan te
` luisteren, zijn zeerzeker - ik spreek niet van de bedoeling
; -­ voor een deel in staat den ondergeteekende in züne
jlï 1 praktijk zeer te benadeelen, en ik zou allen münen clienten
mr · waaronder velen van hoog aanz1en, wel durven vragen of ,
het ik, die de Inlanders met opofering van eigen kosten,
Op l aanvankeljk geheel gratis help op gevaar af van mij1i'e
Dit ; kosten niet terug te bekomen, zulk een behandeling ver-
dien. Kleine plaatsen hebben dit tegen, dat dikwäls een
Zie opinie over het een en ander onderdrukt wordt en niet
zelden een kleine dorpshuichelarij den zuiveren loop
are van zaken belet: de één spaart den andere; een derde
ziet zijn crediet, een vierde zün debiet, een väfde zijn
are , gezelligheid bedreigd; doch voor mü is dit geen reden om,
La; waar ik, hetzij zelf, hetzij in müne geachte clientele aan-
eu · gevallen word of meen benadeeld te worden, er mg bij
fn neder te leggen en niet, in plaats van mij zelf tegenover
{Z den aanvaller te stellen, steun te zoeken bn de hoogere
vr autoriteiten, in casu bg Uwe Excellentie in hooger beroep
T; te komen en eerbiedig regres te vragen. Waar moet het
r­ ’ met de advooatie heen, wanneer ze niet meer vrij en on-
afhankelük mag worden uitgeoefend ?
Q, Over het genoemde renvooi van den goeverneur zou
ik voorloopig kunnen heenstappen: door andere intro-
E ductiebrieven aan te nemen, heeft die geachte hoofdamb­ '
ä j tenaar mij in het gelük, zich-zelf in het ongelijk gesteld.
f Doch de onbillijkheid, om niets anders te zeggen, een
v · advocaat aangedaan blijft bestaan. Ik verlang eerbiedig
’ gehuldigd te zien: het neminem Zaeclerc, het zmiouigue
j ‘ suum tribuere.
_ Het voornaamste bezwaar is en blijft dat naar de
ri bescheiden opvatting van den ondergeteekende artikel 55
qj van het Regeeringsreglement door velen Uwer Excellentie’s
. ambtenaren niet ten volle wordt gehuldigd, althans niet
,3