HomeEen vraag van den dagPagina 51

JPEG (Deze pagina), 887.62 KB

TIFF (Deze pagina), 5.42 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

i
J .
46
steeds jaren op een haar toekomenden boedel (1) gaf ik Bas- (
see weer een mtroductiebrief emeê: luidend: ,,Brengster l
,,dezes, Bassee, myne chente, wenscht zich persoonlgk bij ‘
,,UHoogEGestr. te beklagen (en vraagt mg daartoe een
,,1ntroduct1ebrief) over enz."
Bassee werd niet gehoord doch kreeg een brief meê
voor den assistent-resident. Daar werd zg verhoord en
voor dat verhoor, deelde zg mg mede, heeft de assistent re- H
sident 1H het bijzgn van een tolk (waarscliänljk den geach­ ‘
ten tolk den heer Brugman) haar deze vragen gesteld: ,
· 1e. Waarom moet gg naar een advocaat gaan? W
2e. Wat hebt gij dien advocaat betaald?
3e. Wie heeft U daar gebracht? (2) ·
Twee zeer eerbiedig voorgebrachte bezwaren heb ik
thans, Excellentie, tegen de handelwijze van het bestuur ”
alhier. Daardoor gegriefd heb ik het schoone recht, het .
schoone voorrecht Excellentie, een beroep te doen op (
Uwer Excellentie’s tusschenkomst in deze. Het kan nooit `

(1) Tot nog toe, tot op dit oogenblik dat ik deze bladzijde als proef nazie,
28 Mei 1890, en wel van het begin van Februari ll. al, wordt Bassee van
Pontius naar Pilatus gezonden. Zij wenscht hare zaak voor den priesterraad
te Makassar behandeld te zien, omdat ze thans dáár woont, terwijl op hare
vroegere woonplaats de khalif, de president van den priesterraad aldaar en dus
de toonaangever der priesters, hare tegenpartij is. Juist die heer heeft padivelden
in bezit, waarop Bassee aanspraak maakt als behoorend tot den boedel van hare {
erflaatster. De priesterraad van die plaats gaf haar onlangs een vonnis ai, dat
van dc betrekking van Bassee tot de door haar genoemde erllaatster niet gebleken
is. Getuigen waren niet gehoord; wel opgegeven. Wat moet nu in zulk een '
geval, en in het algemeen gesproken, een bestuursambtenaar doen? Niet alleen
V0lSl2lZl/ll Illêli BCD Il'llSSlVB Gall a.Hlbl'BI13I`8ll {L'? jïlld 'llllll 07Zd£?I`2'0Ek, IDZIHT €GI'Sl5 (ICH
klager zelven breedvoerig aanhooren, den penghoeloe, den khalif, naar bevind van
zaken bij zich ontbieden, hem in geval van partijbelang wraken; eventueel voor
die ééne zaak een’ anderen aanstellen en des verlangd den priesterraad van het r
domicilie gelasten vonnis te vellen binnen een’ zekeren termijn en dan eveneens , 4
den uitslag mede te ueelen. Welk bezwaar is er tegen dat laatstgenoemde priester­ i ­
raad het onderzoek aanvaardt? Omdat de boedel zich elders bevindt? Maar als (
nn eens een boedel openvalt te Mekka en alle belanghebbenden wonen te Balang­
nipa, zouden dezen dan op hun woonplaats teruggewezen moeten worden met hun
eisch tot nitwijzing van hun erfgenaamschap? j
Hoe het ook zij, Bassee [en zoo zijn er velen] kan nergens wettig vastgesteld zien l
dat zij eeuig kind en erfgename is van ..... Ik ben niet geroepen
de autoriteiten tot verantwoording te roepen. Welke maatregelen in deze zaak l
genomen zullen worden weet ik niet ­ de geachte controleur die in deze zaak `
gekend werd weet het ook niet -­ en het staat mij slechts vrij het oordeel van `
Z. E. in te roepen. Doch zeker is het dat Bassee dagelijks mijn kantoor ‘ l
bezoekt en met tranen in de oogen mijn voeten omvattend mij verzekert dat {
zij haar recht niet krijgt. T ,
Meent men nu nog dat registers van den burgerlijken staat onder de Inlanders "
overbodig zijn? Of moet hier een beroep dienen op den grooten heer van Roem?
(2) Ilet verhoor omtrent de zaak had toen niet plaats. Vier dagen daar- ’ j
na gebeurde hetzelille met de Inlandsche vrouw Mari. Ik moet dus veronder­ f
stellen dat ons geacht hoofd van gewestelijk bestuur de handeling van dien amb· K l
tenaar goedkeurt. Eerbiedig beroep daarvan is gedaan bij Z. E. den Goever· I 2
neur­Generaa1.
.5