HomeEen vraag van den dagPagina 38

JPEG (Deze pagina), 861.45 KB

TIFF (Deze pagina), 5.79 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

I ·i
J 33
huur en verhuur van dienstboden en alleen passend in 1
een Europeesche maatsehappü? Ze zän in 1879 op de
Inlanders van toepassing verklaard. Er is maar eene
stem, Excellentie, onder de Europeanen in onze kolonie,
dat zoo in den laatsten tüd, laat ons maar zeggen sedert
_ dat jaartal 1879, de eerbied der Inlanders tegenover hun- ;
L ne meesters zoo blijkbaar verminderd en demoralisatie
onder hen zoo angstwekkend toegenomen is - al worden l
hier niet de op zich zelf staande gevallen voorbügezien
dat sommige Europeanen door eigen schuld den eerbied
hunner inlandsche ondergeschikten toch zouden verbeu-
ren -dit hoofdzakelijk moet worden toegeschreven aan
de vernietiging eener vruchtbare strafbepaling die geheel
voor de lnlandsche mohammedaansehe samenleving paste.
Doch ik heb nooit gehoord dat een maatregel die niet al- v
leen orde en regelmaat ten doel heeft doch ook büzonder l
den lnlanders een afdoend bewüsmiddel in rechten geeft,
vooral` in boedelzaken; de lnlanders vrijwaart tegen on-
eerlijkheid en misbruik van vertrouwen, tegen leugen en
bedrog, tegen misleiding en kuiperü ­- dat zulk een maat-
regel moest afstuiten op een gelegenheids­argument dat
de Inlanders die wel Europeanen zouden willen worden,
(en dat wel tegen wil en dank en ten koste van recht
, en billijkheid) hun adat moeten behouden.
n ' p · Dat argument van geloof en adat kan, de gedragslün _
van Vvetgeving en Regeering zelve in aanmerking geno·­
men, thans als vervallen worden besehouwd. De vraag
" blpft alleen: verlangt de lnlandsehe maatschappij regis-
` ters van den burgerlijken staat? J a, ze verlangt dat.
Kan dat blijken? Ja; maar onder ééne voorwaarde, dat
men bp onderzoek daarnaar ernstig te werk ga; met den
wijsvinger op artikel 55 van het Regeerings­reglement
den Inlander ondervraagt en so/cmtásc/L uitvorscht en hem I
niet onwillekeurig verlokt om den ambtenaar die eventu-
eel persoonlijk tegen den maatregel mocht zgn naar den
_ mond te spreken. Wee den ambtenaren, vooral den jon- ‘
·’ geren onder hen, die zouden meenen een goed en aan de
Begeering welgevallig werk te verrichten, die zelfs zou-
den meenen een zege behaald te hebben over den inlan­ E
der, door hem als het ware tevreden gesteld onverrichter
zake naar huis te zenden. Over het geheel wordt de In-
lander door vele ambtenaren en door de Europeanen in _
het algemeen niet zacht genoeg behandeld. Men staat hem
nauwelüks te woord. En dat verdient hij waarlijk niet. Een *
O
h