HomeEen vraag van den dagPagina 31

JPEG (Deze pagina), 853.95 KB

TIFF (Deze pagina), 5.76 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

26 i
Wat gij mist is wat de Hollanders in de volkstaal noemen
een burgerly/can stand; wij hebben geen processen over
afstamming; zijn wij erfgenamen dan toonen wij zoo noo- " ,
dig onze geboorteacte; en zoo sterk is het bewijs daar- .
van dat het in processen over een sterfboedel niet eens {
noodig is de geboorteacte over te leggen en niemand er
aandenkt den staat van de tegenpartij te betwisten. Zoudt v
gij ook registers van den burgerlijken staat willen hebben?
Zoowel op Java als hier, maar vooral hier, heb ik
deze vraag meermalen tot de inlanders gericht, en toen =‘
ik onlangs weer die vraag aan ontelbare inlanders te
Makassar deed, was hun antwoord - en de muren van
mijn kantoor weêrklinken er nog van ­- saga soeka sekali
toewan, sekalikali _toewan dan tida soesa lagi. E
Het ligt voor de hand. dat men in zulk een geval, ,
in zulk een gewichtig geval, de inlanders uitnoodigt met
hun verzoek zich te wenden tot Uwe Excellentie. Ook
hier begrepen ze dat ze een verzoek daaromtrent tot Uwe ‘?
Excellentie moesten richten. Doch zulk een verzoek moet
, door hen geteekend zijn. Hier kwam de moeielijkheid.
In een aangelegenheid als deze gaat de gewone inlander
niet gaarne vóór; geven de hoofden het voorbeeld, dan
volgen de andere inlandsche ingezetenen. Toen den djaksa
alhier de zaak werd meegedeeld het plan om de veelge-
loofde registers te vragen, klaarde het gezicht van dien
goeden ambtenaar op en werd een en al hemel. Wat deed
L de djaksa? Hij stelde voor een dag aftewachten waarop
hij en alle hoofden op het polioiekantoor hun rapporten
l - bij den assistent-resident moeten inleveren. Die dag
l brak aan. De djaksa schijnt toen mededeeling gedaan te
hebben van de zaak aan dien geachten ambtenaar en deze
, geantwoord te hebbenr saija maoe bitjara doeloe sama
toewan Vorstman. ai.
Natuurlijk ging een rilling door de leden van de V
l inlandsche ambtenaren. Men deed mij mededeeling van ,_
dat antwoord. Wat deed ik? Overbodige beleefdheids­
l vormen zijn tusschenbeide noodig om anderen behulpzaam
V te zijn. Ik bezocht den assistent-resident op zijn kantoor,
i en om van mijn kant het geëerbiedigd bestuur te winnen voor
h een goede zaak, sprak ik den assistent-resident aldus aan : _
- Meneer, ik kom nwe voorspraak eens verzoeken
l in een gewichtige aangelegenheid. De inlanders wenschen
registers van den bnrgerlijken staat en ik wil voor hen
l petionneeren: ze wenschen allen te teekenen, doch ze
l