HomeEen vraag van den dagPagina 29

JPEG (Deze pagina), 839.06 KB

TIFF (Deze pagina), 5.71 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

24
ken kunnen vestigen: noch de Europeesche, noch de Azi-
atische. En om bij deze laatste te blüvenz den Kadi,
den Raad Egama, den priesterraden, hoe men de geeste-
lijke rechters ook noemen moge, is de verwarring in ge-
val van tegenspraak der partijen dikwgls zóó groot, dat
ze, ten einde raad, moeten gissen naar de waarheid en een
uitspraak moeten ten beste geven, die allen deugdelijken
grondslag mist. Hoeveel tranen zulk een rechtspraak den
partijen kost, behoef ik Uwe Excellentie niet te zeggen.
Te meer in een Aziatische maatschappü als deze, die niet
van de armste is, en waar zich veel kapitaal bevindt,
het dan ook niet zelden grootendeels dood_ kapitaal. Want
de grootste rijkdom der Inlanders bestaat niet alleen in
geërfde stukken grond maar ook in kleinoodiën en pre-
A ciosas, afkomstig van onheugelijke tijden, in één woord:
heiligdommen. Er komt een sterfgeval in hun familie
voor: op eens zien ze die goederen onrechtmatig opge-
vordcrd en in beslag genomen. Door wien? Door ie-
mand dien ze niet kennen doch die door een geslepen in-
. landschen gemachtigde zijn kwaad recht voor de geeste-
l lijke rechtbank weet waarschijnlgk te maken. Komt daar-
; bij dan nog de weinige studie die onze priesterraden van
j den adat en van het Mohammedaansch en koranisch recht
‘ maken; komt daarbij dat dikwijls recht gesproken wordt
l niet naar de bronnen, niet naar de Mohammedaansche
bepalingen zelven, maar naar eenzijdige arabische en in-
landsche handboeken; komt daarbij dat de priesterraden
3 niet zelden uit nauwe bloedverwantenbestaan; komt daar-
Q bij dat de Regeering, zooveel mogelijk nauwgezet voorde
rechten der lnlanders wakend, dikwnls zich genoopt ziet
j de hoofden der priesterraden »wegens onkunde << te ont-
slaan - een uitdrukking die niet al te optimistisch moet
l opgenomen en vrü vertaald kan worden - dan behoort de
pl wensch van den inlander: 'W
t Geef ons, Excellentie, registers van den burgerlijken staat! l
j een vraag te worden van den dag. s
< Die vraag, Excellentie, heeft? lang gesmeuld in het j
hart van den inlander. Thans brandt ze. VVie de inlan-
i ders niet kent, wie niet dagelijks met hen omgaat, weet 4
l dat niet. Doch uit den aard mijner betrekking weet ik l
E dat wel. En het is dan ook daarom dat ik recht heb tot
spreken, en ik voeg ner, om. aan het voorschrift omtrent
het recht·van petitie geen afbreuk te doen, bij, dat ik
i hier petitionneer, niet namens de inlanders maar namens
‘ l
s
‘ I
l