HomeEen vraag van den dagPagina 21

JPEG (Deze pagina), 834.89 KB

TIFF (Deze pagina), 5.69 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

l
j l
l

tl
l ie

l
dusverre onverdeeld is gebleven;
j ` dat Daeng Patappoe daarom den Sjarat verzoekt thans
overtegaan tot de vcrdeeling der nalatenschap van Boeivatimo, ‘
‘ welke daareven vermeld is, opdat ieder zijn aandeel bekome. ,
Gezien het door I. Hali gemachtigde van den inlander
l Laoeseng ingediend stuk van den Zen Februari 1889, waarin
1 door laatstgenoemde is verklaard, dat hij, ·Laoeseng Oewuna
l I. Borahim woonachtig in kampong Malaijoe, het stuk gezien `
heeft, dat La Mangalla daeng Fatappoe heeft ingezonden; dat
hem tot dusverre niet be/rend is Daeng Palonqao een broeder
in leven heeft; dat de bewering van Daeng Patappoe als zonde
bü een broeder zijn van Daeng Patompo, hem vreemd voorkomt,
daar, bij overlijden van dezen Daeng, Patappoe geen aandeel
kreeg in diens boedel, zoomede in dien van Massarasa, Ma- .
panjopa en Nona Halidja, welke allen geene zonen hadden; E l
j dat alles wat Ilaeng Patappoe in dat stuk vermeld heeft, leu·
gen is, waarom de Sjarat verzocht wordt de reclame van La
Mangalla daeng Patappoe aftewijzen.
Ook gezien het door Le Mangalla Daeng Patappoe inge-, j
diend stuk van den 7en Maart 1889, waarin hij verklaart, J
dat hij inderdaad La Mangalla Daeng Patappoe heet en in
kampong Malaijoe woont; dat hij gezien heeft het door La0e­
song aan den fjarat ingezonden stuk van den 2en Februari
1889, waarin deze beweert dat Dacng l’atappoe’s broeders
allen overleden zijn; dat die bewering zeer juist is, want dat
nl. daeng Mangoeloewang, Daeng Pasaoe, Daeng Patompo,
Daeng Palallo, Daeng Matja, Daeng Massaoe en Daeng Laboe
het tijdelijke met het eeuwige verwisseld hebben; dat de Sja·
, rat zelve behoort te overwegen, dat ook Laoeseng weet, dat
Dacng Patappoe’s broeders en zusters, met wie hij één vader
gemeen heefx, allen overleden zijn; dat bn geen aandeel heeft
l gehad in den boedel van Dacng Patompo. waarop hij zeerzeker
recht heeft omdat Daeng Patompo geene zonen naliet, is waar,
1 wijl hij met zijne zusters Daeng Massoe en Daeng Laboe ‘
overeengekomen was om den laatsten wil van Daeng Patompo,
die deze in het bij den notaris gepasseerd testament ten op-
zichic zijner kinderen en kleinkinderen bekend heeft gemaakt,
te eerbiedigen; dat aan Laoesing zeer goed bekend is, dat de vl
j kinderen der broeders van Daeng Patoinpo aanspraak hebben
1 op een aandeel in den boedel van Ilaeng Patompo, omdat de- 1
ze geene zonen heeft nagelaten; dat Laoeseng, zeer goed we~
tende dat Daeng Paiapjzoe een broeder is van Daeng Patompo,
daarom bang was zich niet de door deze nagelaten goederen .
te bemoeien; dat echter aan den Sjarat wordt overgelaten om
over het gezegde van Laoeseng, waarom nl. hij Daeng Patappoe, E
‘ h
j ,
.|
l