HomeEen vraag van den dagPagina 18

JPEG (Deze pagina), 742.25 KB

TIFF (Deze pagina), 5.73 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

` 13 V
'om dat Lasalasa óewüzctz moet izzleverezz, dat hij een 200:: is
van den vader van La Patola Daenna I. Pare Parc. Wat
aangaat de bewering van Lasalasa in zijnen brief, dat hij ·.
zamen met mij bij den Raad van Justitie een stuk heeft ge-
, teekend, dat is waar, doch me! als de broeder van La l`atola
A Daenna I. Pare Pare van denzelfden vader doch als broeder
van dezen in het geloof, daar ik aandachtig ben aan de woor-
l den van Allah in den koran; ufainna taboe oegamoe l. tsala­
ta wa atoel dzakata paichwa noehoem fidinn d. w. z. indien
, gij bekeerd zijt en bidt en een gedeelte uwer bezittingen als
L" aalmoezen aan de armen geeft, dan zijt öroactew in dwz
j godscliezzst en de woorden van Allah in den koran; ninnama
ï 1. moenienoena achoewatoanu d. w. z. alwie oprecht gelooft is
; uw Z2r0ccZ€z·.
t Op grond van deze woorden van Allah heb ik toegestaan
` ‘dat hij mede teekendc.
l Het geld dat Lasalasa ontvangen heeft, hetwelk ik hem
l­ gegeven heb als een blijk van mijn medelijden, heeft hij als
' zoodanig niet aangemerkt, omdat hij beweerde dat ik hem dat
eerst na de onderteekening van dat stuk had willen geven.
Hoe kon ik hem dat geld niet geven, daar ik de woor-
A ~ den van Allah in het boek wilde nakomen getiteld ualhadt0il­
ari ina l. atssoerieu waarin Hij zeide: agala allahioalani rab-
ll moena ijarahmamoe awahiminu d. w. z. de nitverkorene (Pro-
feet) zegt dat alwie zich over anderen outfermt, Allah zich
. over hem ook zal ontfermen. Zoo ook de woorden van den
ea, Profeet in het boek nnatshatoe l. madjalisu waarin hij zeide:
ngala nabioe l. sallahi wassalama man laijoehamoel nasoe la-
­ ijarhocm alla ta alahn cl. w. z. al wie zich niet ontfermt over
zijne medemensehen, over hein zal Allah zich ook niet ontfernicn.
Op grond daarvan heb ik hem het geld cadeau gegeven.
« , Had ik te voren geweten dat Lasalasa een 67:/•_Q’6?77äf/HL was
i van La Patola Daenna I. Parc Pare dan had ik bem zijn
j aandeel als erfgenaam uitgekeerd en hem niet het geld cadeau
" _ · gegeven.
j ’t Is daarom dat ik verzoek dat Lasalasa’s eiseh bij een
r. vonnis wordt ontzegd, opdat hij mij later daarmede niet lastig
zal vallen, daar ik volhoud dat hij geen ezfgmamlz is van La.
Patola Daenna I. Pare Parc.
Gehoord beide partijen en gelet op de door haar inge-
diende brieven.
Overwegende de woorden van beide partijen en geraad-
pleegd den koran en het hoek nmihadjie talibientt waarin
staat vermeld uagoe anxien bilgistie sjahid allahoe woeloe ala
apoesahoenu d. w. z 2`m?z`cu _çy/irc/vu als geázzigezz wordt geroe-