HomeEen vraag van den dagPagina 16

JPEG (Deze pagina), 727.95 KB

TIFF (Deze pagina), 5.68 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

11
antwoord niet uitwijd en den Sjarat verzoek Lasalasa bij von-
nis zijn eiseh te ontzeggen, opdat hij later deze zaak niet we-
der kan oprakelen, daar Lasalasa in het geheel geen broeder
is van La Patola Daenna I Parc Parc M
t Gelet op den tweeden brief van Sjech Moelramniad bin
Said Bainagieim gemachtigde van Lasalasa dd 27 Juni 1889
luidende :
««Ik Lasalasa woonachtig in de kampong Wadjo deel bij
dezen den Sjarat te Makassar mede, dat ik kennis heb geno-
men van deu brief van de inlandsche vrouw Sitri Hawa Da-
K eng Tongie wonende in de kampong Wadjo dd 20 Juni 1889,
Waarin zij verklaarde dat zij in ’t yeaeel vzieó weet dat ik een
zoen ben van den vader van La Patola Daenna I. Parc Pare.
Dit geef ik haar toe aangezien ik ouder ben dan zij.
­ Wat mij echter betreft, ik geloof dat het al voldoende öewazen
_ is, dat ik een öïoecïer am van La Patola, aangezien ik mijn
aandeel in diens boedel ad ruim f 1700.- heb ontvangen
van de opbrengst van de verkochte loods, en dat ik zamen
l met Sitti Hawa Daeng Tongie en I. Djoeda Daeng Patalle
bij den Raad van Justitie een stuk heb geteekend tijdens den
verkoop van de loods waarlij ook de kapitein der Wadjoree­
zen als getuige aanwezig was. Gij zeidet dat mij de som
van f 1700,- uit medelijden hebt gegeven. Dat is immers
niet denkbaar daar gij er de persoon niet voor zijt on mij
die som cadeau te geven!
De reden dat de landraad mijn verzoek van de hand
wees, was omdat in het vonnis van den Sjarat dd S l`)ec.·ml:er
1885 alleen stond vermeld, dat Sitti Hawa Daeng Tongie en
i Dona Cecilia Diaz een zaak hadden cn mijn naam daarin niet
_ genoemd nerd. De landraad zeide toen tot mij: "gij kunt
j Sitti Hawa Daeng Tongie voor den Sjarat dagvaarden Dat
J ‘ was niet mijn schuld dat de zaak zoover ging, daar ik teen
een acte voor den notaris gepasseerd heb waarbij ik zekeren
· Hadjie Achmad maehtigde om den boedel van wijlen mijnen
broeder La l’atola Daenna I. Parc 1’are voor mij te zoeken.
· Ik zond hem toen naar Larautocka om Dona Cecilia
·· 'Diaz in rechten te betrekken en gaf hem bij die gelegenheid '
f 130 -- voor onkosten, terwijl hij van öitti llawa Daeng
Tongie 70.- kreeg daar ik zulks niet haar was overeen-
gekomen. Van Larantoeka teruggekeerd vroeg hij weder geld
van mij en gaf ik hem /` 100 ­-· daar de zaak toen door
den kalief Moeliammad Arasarl onderzocht werd. De zaak
was nog niet beslist toen Moehemmad Arasad stierf. Toen
de zaak i11 handen kwam bij den tegenwoordigen kalief Abdul
Mashoed, vroeg lladjie Aebrnad wederom geld om de kosten