HomeEen vraag van den dagPagina 15

JPEG (Deze pagina), 756.28 KB

TIFF (Deze pagina), 5.68 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

10
Februari 1889 dus gedurende 79 maanden ix. f 17.505
’s maands of te zamen f 1382,50 ·
Dat huis staat ten name van La Patola Daenna I. Pare
Pare, terwijl al het bovengenoemde nog niet verdeeld is en
onder berusting is van Sitti Hawa Daeng Tongie. l
’t Is daarom dat ik den Sjarat 1e Makassar verzoek
Sitti Hawa Daeng Tongie te gelasten al het hiervoren
genoemde bij den Sjarat te deponeeren, en het daarna inge-
volge het vonnis van den Sjarat dd. 8 December 1885 te
verdeelen, waarbij bepaald werd dat Sitti Hawa weduwe van Z
La Patola krijgt een aandeel in de nalatenschap bekend onder ‘
den naam van rocboeg, Lasalasa het ratsbau en I Djocla
daeng Patalle het utsoedoesu aandeel
De reden dat ik verzoek dat de Sjarat de erfgenamen
hun aandeel ter hand stelt is, omdat niettegenstaande Sitti ­
Haua Daeng Tongie het vonnis van den Sjarat; dd 8 De­ _
eember 1885 heeft geaccepteerd, zij tot heden aan Lasalasa
niet vrijwillig diens aandeel wil nitkeeren.
Gelet op het daarop strekkend antwoord van Sittie Hawa
Daeng Tongie gebracht door den inlander lladjie Ahmad ge-
machtigde van deze geschreven op den 20en Juni 1889 luidende:
nlrlrief van de inlandsehe vrouw Sitti Hawa daeng Tongie
weduwe van La 1’atola Daenna I. Pare Pare woonachtig in
de kampong Wadjo.
Den brief van den gemachtigde van Lasalasa met name
Sjeeh Moelianimad bin Said llanxagisirn dd 28 Maart 1889
over de nalatenschap van wijlen mijn echtgenoot La Patoia,
welke de Sjarat mij ter beantwoording heeft gezonden heb ik I
ontvangen en den inhoud goed begrepen. Bij dezen beant· ‘
woord ik gernelden britf doch meld niet over de nalatenschap {
welke Laealasa van mij reelameert, daar ’t mg zoolarzg niet {
_ bekend is dat hij een zoen is van dan z=a¢Zc1· van La Patola »’
Daenna 1. Pare Pare. Wat laatstgenoemde betreft, hij heeft
mij sedert ons huwelijksleven nooit gezcgcl dat hij een broeder ·
is van Lasalasa. En wat aangaat de bewering van Lasalasa
in den brief van Sjech Moehammad bin Said Bamagisim dat ·
hij een aandeel in de nalatenschap van La Patola heeft ont- ·­
vangen, dat is bczijden de waarheid. Ik heb hem wat gege-
ven uit louter medelijden.
Nu is ’t mij gebleken welk een ondankbaar mensch La-
salasa is daar hij mij voor den landraad heeft gedagvaard als-
of hij een erfgenaam is in den boedel van La Patola Daenna.
I. Pare l’are. De landraad heeft hem zijn eiseh ontzegd (lett.
hem weggestooten) omdat hij niet bewijzen kan dat hij een
broeder is van den overledene. ’t Is daarom dat ik mijn