HomeEen vraag van den dagPagina 13

JPEG (Deze pagina), 798.25 KB

TIFF (Deze pagina), 5.83 MB

PDF (Volledig document), 37.87 MB

E
V
u
l `
E Sultan van Koetei hebben ontvangen waarin hij schreef dat de V
inlander Oewa Batjo ook genaamd Lasalasa zijn broeder La
2 Patola te Makassar gaat ontmoeten, die hem herhaalde malen
heeft verzocht om te komen- hebben wij bij genoemden Lasalasa
Oewa Batjo navraag gedaan naar de door zijne ouders nage-
Q laten goederen waarop hij samen met La Patola recht heeft.
T Lasalasa deelde ons toen mede dat zijn vader heette
` Lasiama en hij een broeder is van La Patola van denzelfden
vader.
2 De moeder van La Patola heette I. Boedie en van
Lasalasa I. Boedie daeng Belong. ·
j Deze beide vrouwen zijn beiden tegelijk echtgenooten Vüll
i mijnen vader Lasiama.
I Mijne moeder stierf het eerst, zoodat alzoo de moeder ‘ «
van La Patola als weduwe van mijnen vader aehterbleef.u
j Verder verklaarde La Patola: ik heb hier geen vrouw;
te Koetei heb ik een vrouw met name I. Soelle bij wie ik een
dochter heb verwekt met name Boewatimo, bovendien heb ik ·
. nog eene dochter verwekt bij mijn bijwijf met name 1. Djame. ‘
‘_ Mijn vrouw en die van den Sultan van Koetei zijn nichten. _
jg Wat aangaat de door mijnen vader nagelaten goederen 'l
die reclameer ik niet, aangezien ik het beneden mij acht om jl
j` ter wille daarvan oneenighcden te krijgen met mijnen broeder./I {
j Gelet op het schrijven van den kapitein der Wadjoreezen z'
j genaamd Soepoe dd. IS Februari 1889 luidende: a
E Ik kapitein der Wadjoreezen heb dit stuk, op den eed
aan den lande gedaan, ter hand gesteld aan den inlander lj
' Lasalasa woonachtig in de kampong Wadjo omdat ik voor hem
` getuig dat hij een óv·0edeo· is van den inlander La Paáola jj
Daenna I. Parc Pare van denzelfden vader en dat ik getuig ··
dat voor den Raad van Justitie Daeng Tongie en Daeng gl
` Patelle hebben bekend dat Lasalasa een erfgenaam is van La
Patola Daenna I. Pare Pare en dat ingevolge de overeenkomst
{ dezer drie erfgenamen de heer Raedt het steeneuhuis gelegen Qi
in de kampong Wadjo heeft verkocht en dat zij hun aandeel
in de opbrengst daarvan hebben ontvangen.» ‘
Gelet op het schrijven van den kapitein der Arabieren _
Said Taha bin Ibrahim Alhadad Alawie geschreven op den
18en Februari I889 luidende: F
uIk kapitein der Arabieren te Makassar Said Taha bin I
Ibrahim Alhadad Alawie verklaar dat ik op zekcren dag ‘
uitgaande om het een en ander te verkoopen bij La Patola j
Daeuna I. I’are Pare in de kampong Wadjo aandeed. In
huis komende trof ik hem buiten zijn klamboe zitten en op
mijn vraag wie daar buiten zat am‘2c00¢‘deZe hij: ndat is een
.r t