HomeElout van SoeterwoudePagina 40

JPEG (Deze pagina), 860.44 KB

TIFF (Deze pagina), 6.64 MB

PDF (Volledig document), 30.49 MB

38
wenschtc mede te werken tot het wegnemen uit de finan-
ciëele wetgeving van wat de nationale zedelijkheid benadeelde.
Daaronder behoorde de afschafling zoo van de Brusselsche als
van de Staatsloterg. De eerste verdween. Aan de Staatsloterij
zou een einde komen door uitsterven. ,,In 1824 verwisselde
de Minister van Departement, en zoo bleef de Staatsloterij in stand."
In 1854, alzoo dertig jaar daarna, bestreed, gelük hij herin-
nerde, zijn ,,vriend 611 bloedverwant, de dichter JAooB van
Lnivivnr, met warmte de Staatsloterij" in de Kamer ‘). Hem werd
toen, evenals nu aan Enour door den Minister V1ssER11ve,geant­
woord, dat de schatkist de bate niet kon missen. ELoU·r meende noch-
tans te mogen vragen of de Minister, ,,met het oog op zoovele
millioenen, welke men niet huiverig is aan soms onzeker nut
te besteden, en op eene regelmatige toeneming der opbrengst
van ’s lands middelen, in ernst bezwaar kan hebben de som .
van nog geen half millioen, die thans de Staatsloterij opbrengt,
langzamerhand prijs te geven ler behartiging van een der ge- j
wigtigste Nederlandsche belangen: de volkszedelijkheid? j
,,Het is toch allereerst," - zoo besloot ELoU·r -- ,,door gereg­ 4*
tigheid dat een volk verhoogd wordt." 2)
Het daarna door den Minister gegeven antwoord meende E1.oU'1·
te mogen aannemen als eene belofte, ,,dat de afschaffing der
Staatsloterij zal behooren tot zijne eerste werkzaamheden." Maar
toen hg den 21Sl°¤ Januari 1886 in de Eerste Kamer aan de
algemeene beraadslagingen over de Staatsbegrooting voor dat
jaar deelnam, en 0. a. wees op den vloek der opium­verwoesting, r jg
moest hg klagen, dat nog immer de Staatsloterij voorkwam onder j
de Middelen: ,,0m de winst van den Staat wordt winstbejag der
natie aangemoedigd? 3)
Den 5dC¤ November 1887 werd ELOUT,S stem voor de laatste r
maal in de Staten-Generaal gehoord, en wel bij de algemeene F
beraadslaging over de Grondwetsherziening, toen hg zich trots i
bezwaren verklaarde vóór het kiesrecht, gelijk dat geregeld
was, wijl het nog een middel kon wezen om nieuwe elementen
aan te brengen, en een einde te maken aan de rechtsweigering,
waarin de moderne Staat, die neutraal wil zijn, en in ongods-
dienstigheid eindigt, volhardt tegenover het Christendom, zonder
in staat te zijn in de nooden des levens te voorzien. V
,,Neen, gij kunt niet opheffen, niet redden, niet brengen tot
’) Inderdaad handelde VAN LENNEP over de Staatsloterij den 20sten
December 1854. Toch vermoed ik, dat hier diens meer belangrijke rede
van 12 December 1853 aan Enour voor den geest stond. ‘
“) Iïrmrld., 1879/80, bl. 707.
°) llandd., 1885/86, bl. 214.