HomeElout van SoeterwoudePagina 39

JPEG (Deze pagina), 816.93 KB

TIFF (Deze pagina), 6.65 MB

PDF (Volledig document), 30.49 MB

A;
l
l, .
’ 37
. vallen op het gebied van de slavernij, van Godsdienst en Väll
. de School?
(w. g.) ,,ELorr vm: Som‘nRwoUnn."
‘ Voor de zedelijke belangen van het leger kwam Enoor, die
versierd was ook met het Metalen Kruis en het teeken van
j twintigjarigen oliiciersdienst, o. a. op bij de Staatsbegrooting voor `
jï het dienstjaar 1857, en zoo vraagde hij den 8S*°" December
1 1856 in de Tweede Kamer: ,,Zoude niet op velerlei wijze gun-
ïj stig kunnen worden gewerkt op de _jongelieden, die dikwijls
zonder opvoeding, altijd zonder ervaring, bij hunne in-dienst-
treding blootgesteld staan aan verleiding en weder op hunne
`li beurt vermeerderen een der grootste nadeelen van een staand
leger? Zou het kazerneleven niet beter, niet huisselijker kunnen
worden ingerigt? Zouden niet lectuur, onderhoud, nuttige of
ontspannende bezigheden, zorg voor godsdienstig onderwijs, den
l diensttijd kunnen doen strekken tot een middel van heilzamer
l opleiding en zoo voor veel kwaads bewaren ?" ‘)
Weinige dagen later, den 17**** December 1856, sprak Enour,
gelijk hij ook 13 December 1854 had gedaanz), over de Staats-
loterij. Twee sprekers, de HH. nn Poonrnn en vAN Aknankiïnn,
hadden gedrukt ,,0p een belangrijk maar ondergeschikt punt,"
op de voordeelen door sommige colleoteurs boven anderen ge-
noten. ,,Ik wenschte te wijzen" - zoo stelt Enour daartegen-
over ­- ,,op het voordeel door den Staat ten koste van zedelijk-
,3 heid verkregen. Koloniale vergelijkingen zijn gemaakt: ook ik
! zal mij veroorloven eene koloniale vergelijking te bezigen. Ik
V wensch de verbetering, in de loterü aangebragt, te vergelijken
l met die aangebracht zijn in het reglement voor de slaven in
de West; ik wensch dat, gelijk voor de eene ook voor de
andere, verbetering in een radicaal middel, in afschaffing, ge-
1 vonden worde, en dat eindelijk de Staat moge afzien van eene
V, bron van inkomsten, die niet kan worden verhaald dan op de
ongelukkige slagtoiïers van droevige speelzucht" 3). Den 20““‘"
December 1879 kwam Enoor op deze aangelegenheid terug, her-
innerende hoe de Minister van Financiën, die in 1821 optrad ‘“),
l
‘) Flcmdd., 1856/57, blz. 386.
Z) Hrmdd., 1854/55, blz. 389.
“) Hrmdd., /1856/57, blz. 517.
") De Minister ELOUT. Over een deel van diens financieel beleid schreef
ELOUT tegen de beschouwingen van den ond-Minister BETZ een opstel
in de Bijdmgen van Mr.’s BOER, FRUIN en HuBREc1~1T,dl.Xl]l,bl. 9.71 en
volgg., door Bmz beantwoord in datzelfde deel, bl. 433 en volgg.