HomeElout van SoeterwoudePagina 37

JPEG (Deze pagina), 835.12 KB

TIFF (Deze pagina), 6.66 MB

PDF (Volledig document), 30.49 MB

l
l
33
onze vaderen deden, die bü Algemeene placaten (de laatsten. i`.
van 1707) die verordenden voor gansoh het land" 1).
Insgelijks nam Enoirr aan de oprichting van de Vereeniging
tot afschaiiing der slavernij deel. In het Bvgblad bij de Chris-
, telijke Stemmen van het jaar 1852, dl. III no. 14, stelde hij,
tegenover I’IELDRING7S woord: ,,De vraag is niet emancipatie
of slavernij, maar hoe is aan de slavernij eene andere rigting te
geven ?" - deze uitspraak: ,,Het Christelijk Nederlcmcl mag niet
langer slavernij dulden l" en voegde hij daaraan toe eene tref-
fende, uit het Engelsch vrij overgenomen, Schets uit het
slcweiileveh. Ook had Enour zich reeds eenige jaren vroeger
met een door hem gesteld en ook van andere handteekeningen
voorzien Adres tot den Koning gewend, om bij de herziening
van de Grondwet daarin deze bepaling op te nemen: ,,Geene
slavenhandel of slavernij wordt in Nederland en in deszelfs
volkplantingen geduld.
,,Een voorstel van wet de schadeloosstelling, als gevolg van
deze bepaling regelende, wordt voorgeslagen in de eerste zitting
der Staten-Generaal, volgende op de afkondiging der verande-
ringen in de Grondwet.
,,Uiterlijk binnen twee jaren na die afkondiging heeft die
slavernij alomme van regtswege opgehouden?
Ook in de Tweede Kamer toonde Enour voor deze aangele-
genheid een heiligen ijver. Den 10d@¤ December 1853, wigzende
op den ongunstigen staat der West­Indische bezittingen, stelde
hg de vraag, of die toestand ,,niet naauw in verband staat met
. het voortduren van iets, waarop Gods zegen niet kan rusten ?" 2)
· Wä31` de meeste zendelingen verklaren, ,,dat de slavernij op
1 zichzelve een hinderpaal is tegen het Christendom, dan vraag
ik," zoo ging hij voort, ,,hoe zal de smaad worden uitgewischt,
die drukken moet op een Christelijk volk, dat langer draalt
dien hinderpaal weg te nemen ?"
i En toen den 17‘l‘3" Juli 1854 de beraadslagingen aanvingen
Y. ` over het wetsontwerp tot vaststelling van het Reglemeiit op het
1 beleid der Regering van Neclez·lcmrZsch­ImZie, was het weder
« j Enour, die, voor de slaven opkomende, de tegenstelling maakte,
L _ of men te hunnen opzichte zich zou ,,beperken tot bescherming
j ' tegen te groote willekeur, tot behoud van een niet te ondragelijk
g juk, tot verzekering eener behandeling als van de beste huis-
1, dieren? of zal het eeuwenlang tegen hen gepleegde onregt,
j 1) Hemdd., 4885/86, blz. 176.
‘ 2) [-Icmdd., 1853/54-, blz. 384.
l 2
ll
>l
i
l
J