HomeElout van SoeterwoudePagina 35

JPEG (Deze pagina), 887.75 KB

TIFF (Deze pagina), 6.51 MB

PDF (Volledig document), 30.49 MB

l
a . 31
3
J dat ook voorkomt in de Nederlander van 17 Mei 1854, luidde
j art. II: ,,Aan de armen wordt geen regt op onderstand van
wege den Staat toegekend? En art. III: ,,Het verleenen van
F ondersteuning aan de armen blijft, als van ouds, berusten op
de Diaconiën, Armbesturen en Instellingen van liefdadigheid
der verschillende Godsdienstige gezindheden, waartoe de armen
is, behooren"; terwül, bedacht op eenen tüd van overgang, art. V
‘ bepaalde: ,,Geene vaste jaarlijksche of andere subsidiën zullen
van af .... door de Burgerlüke Gemeenten aan de verschillende
Armbesturen worden verleend." Geen wonder zeker, dat Enour
" zich bij de behandeling van het wetsontwerp tot regeling
van het armbestuur, waarover de debatten de Tweede Kamer
van 10 tot 23 Mei 1854 bezighielden, zich geheel aansloot bij
de bestrijding, ,,een strijd op leven en dood," gelijk de Neder-
lander van 22 Mei 1854 zich uitdrukte, welke, nadat gebleken
was, dat het ondersteunen van overheidswege, bg het te kort
schieten van bijzondere en kerkelijke liefdadigheid, niet als
tijdelijke maatregel, om op beter pad te komen, maar inderdaad
als beginsel en stelsel door de Regeering werd bedoeld, aan
deze voordracht van de antirevolutionaire leden ten deel viel,
onder wie zich toen met veel talent ook Mr. vAN mia BRUGGHEN
gelden deed 1). En wel heeft de uit de wet van ’54 voortge-
‘) Zie o. a. diens rede van den ’1‘lden Mei, Hrmdd., 1853/54, bl. 807 en
volg., waarin o. a. dit voorkomt: »wanneer men eenmaal het stelsel heeft
aangenomen, dat de Regering brood of geld moet geven, dan is het
veel meer rationeel geen brood meer uit te deelen, maar liever werk te
geven, waardoor het brood verdiend kan worden. Dat ligt in den aard
der zaak. Maar zóó is de aan de Regering opgelegde pligt om onder-
stand te geven, als politiemaatregel, noodzakelijk slechts een eerste stap
om te komen tot de verpligting om werk te geven. En dan staan wij
op eenmaal in het volle systema van Louis BLANC, en en plein socialisme?
Uitnemend was ook de rede, door GROEN VAN PRINSTERER den ’12den
Mei over dit onderwerp gehouden. De Minister had zijn stelsel noodza-
kelijk genoemd o. a. wegens de ongenoegzaamheid der kerkelijke liefda-
digheid en wegens den plicht, die op den Staat rust uit een oogpunt
van politie. Over het eerste zeide Gaoniv: »de Kerk wordt. somtijds te
{ veel beschouwd enkel als een trechter waardoor het geld voor de arm-
, bedeeling toevloeit; men bedenkt te weinig dat van haar invloed, niet
slechts vermeerdering van gelden ter bedeeling, maar vooral ook vermin-
l dering van het cijfer der bedeelden mag worden verwacht. lk verheug
r mij, dat de Kerk ook door mijne vrienden in een geheel ander licht is
gesteld. Wij spreken van de Kerk, aan welke de woorden des levens
J zijn toevertrouwd, van de Christelijke Kerk in al haren omvang en his-
‘ torisch bestaan; van de Kerk, die elke ondeugd bestrijdt, waardoor de
; armoede gevoed wordt, elke deugd aankweekt, waardoor de armoede wordt
, verzacht, die niet enkel voorschriften geeft, maar de kracht aanwijst om