HomeElout van SoeterwoudePagina 34

JPEG (Deze pagina), 852.05 KB

TIFF (Deze pagina), 6.51 MB

PDF (Volledig document), 30.49 MB

l
. 30 à
l
op bedelarij, landlooperü en vreemdelingen, door goed ingerigte ii
werkhuizen, door een wüs toezigt op spaarkassen en banken
van leening de luiheid beteugelen, werkzaamheid en spaarzaam-
heid aanmoedigen, woekerij tegengaan. ZQ kan het onderwüs F
verbeteren en voor ieder verkrügbaar stellen; zü kan door voor-
schriften op de fabrieken en het daaruit zoo mogelijk weren van
vrouwen en kinderen, het huiselijk bestaan doen herleven: - ï:_
maar buiten den kring van deze en andere algemeene maatre- ‘
gelen vermag ook de beste Staatkunde niets."
Armenzorg kan niet uitgaan van de Overheid. ,,Er moet op
elken arme, op ieder behoeftig huisgezin met wijsheid en liefde "
worden gewerkt. Er moet ondersteund worden, niet onderhou-
den: geholpen, maar slechts in dringende behoefte, niet in het
openbaar, niet duurzaam, niet met kwistige hand; gezorgd dat
niet de veerkracht verlamd, de spaarzaamheid onnoodig, de lui-
heid gestijfd, de toestand bestendigd worde. Er moet opgevoed,
niet bloot onderwezen worden. Er moet heilzame tucht worden
uitgeoefend; er moet, zoo mogelijk, verlossing uit de armoede
i worden aangebragt en ook daartoe de eenige hefboom van alle
zedelijkheid, alle veerkracht, alle tevredenheid en alle pligt­
besef in ieder’s stand en roeping, de vreeze Gods in beweging
worden gebragt. 1)
,,Dit vermogt ten allen tijde alleen de Kerk; het was steeds
een harer eerste en heiligste pligten."
,,En er is meer. De Kerk, die het best kan uitdeelen, kan
ook het best de middelen daartoe bijeenbrengen; want het blij-
moedig en mildelijk geven wordt aan alle hare leden, het vlijtig
verzamelen aan hare armverzorgers als Gods gebod op het
harte gedrukt."
. Enorrr ontwikkelde deze gedachten in een opstel: Iets over
avnnenbedeellng, geplaatst in de Vereeniging van het jaar 1847,
l en dat aanvangt met de mededeeling van een door hem in
Februari 1843 aan den toenmaligen Minister van Binnenlandsche
Zaken aangeboden wetsontwerp, inhoudende eenige bepalingen
omtrent het armwezen in het Koningrvyk. Van dit wetsontwerp,
ll; i
’) Dr. van den Bergh achtte eene der oorzaken van gebrek het onvol­ {
doende geven voor Kerk en armen, het inkrimpen daarop alleen of al-
thans in de eerste plaats bij vermindering van inkomst. Hiernaar vraagde I
hij dan ook wel, als zich een gezin in grooten nood bevond, gelijk de t
armenzorg niet voor het minst bestaat in het opsporen van fouten, van
miskenning van de ordeningen Gods. Eerst zoo wordt menig arme radicaal i
geholpen, terwijl het radicalisrme, door oppervlakkigheid en eigen- ·
wijsheid, ook bij goede intentie, slechts dreigt een zich steeds meer uit- ;
breidend, en dieper zinkend, proletariaat te kweeken. p