HomeElout van SoeterwoudePagina 29

JPEG (Deze pagina), 872.12 KB

TIFF (Deze pagina), 6.62 MB

PDF (Volledig document), 30.49 MB

25
,4; aamd was door Ds. van Konrsvmm in eene afzonderlüke brochure,
en ook door het Ned. Onderwijzersgenootschap, werd nochtans
i denzelfden dag met 51 tegen 6 stemmen verworpen. Na deze
beslissing was het moeielijk aan te nemen, dat de uitdrukking:
ti C/wistelvylce deugden nog ernstigen zin zou hebben. En toch, hoe
jj dit te rijmen met de antecedenten van den Minister van Justitie?
_= Ei.oU·r wees daarop in eene rede, den 85**** Juli gehouden, in
‘ den aanvang waarvan hü de opmerking maakte, ook ter ver-
klaring van vAN DER Bnueenmfs houding: ,,Mijnheer de Voor-
zitter, opgevoed bij de herinnering, dat men voor heilige over-
tuiging alles moet weten over te hebben, en bg het voorbeeld,
dat de staatsman aan vastheid van beginselen en belijdenis van die
beginselen verre de voorkeur moet geven, ik zeg niet boven eer en
gunst, want dat zal niemand durven betwisten, maar boren de
bedriegelüke hoop van nntttq te zyn" ’) enz., en waarin hi_j verder aan
den Minister o. m. ook deze door hem afgelegde verklaring voorlei:
,,De prrtetyk van het Christendom laat zich evenmin van de Chris-
telijke theorie: dat is, de Christelijke, en dáárom, zonder dat men
het er bij behoeft te zeggen, noodzakelük ook vnaatschappelyke
deugd, laat zich evenmin van de Christelgke leer scheiden,
als de practijk van het rekenen van de leer der getallen."
Maar de Minister, dus was diens antwoord en standpunt, was
niet bij machte meer te geven dan hij deed. En wel was dit
juist, doch nadat en dewijl hij, gelijk Gnonn twee dagen later
zeide, door zijne verrassende wending ten gunste van de ge-
mengde school, zichzelven en zijne voormalige vrienden mach-
r teloos had gemaakt. Toen eindelyk den 20m" Juli de voordracht
met 47 tegen 13 stemmen werd aangenomen, was onder deze
laatsten die van ELoU·r ook, welke, als ruim 20 jaar later,
28 November 1879, de Minister SIX op den vroeger gevoerden
strijd terugkwam, en zich daarbü aan een ,,min parlementairen
uitval" waagde, dezen moest toevoegen, ,,dat eerst dan een
debat over de schoolquaestie vruchten kon dragen, wanneer de
Minister zich op de hoogte zal willen stellen van de feiten,
de historie en de hoogere proportien der gewigtige zaak"2).
l Een van de schoonste momenten in ELOUT,S opkomen voor
iq de Christelüke school was ongetwijfeld, toen hij den 3°‘°'* Augustus
1878, aan het hoofd van de Deputatie, belast met de aanbieding
van het Volkspetitionnement, dit aan den Koning overbracht met
eene rede, die blijkbaar grooten indruk op Z. M. maakte, en
meermalen luide teekenen van instemming aan den Koning
ontlokte. Na op het gevaar te hebben gewezen, hetwelk van
‘) Door mij gecursiveerd.
’) Ilandd., 1879/80, bl. 431.
I