HomeElout van SoeterwoudePagina 25

JPEG (Deze pagina), 893.01 KB

TIFF (Deze pagina), 6.63 MB

PDF (Volledig document), 30.49 MB

Tj
l
jl
21
Q Ternauwernood onthouden wg ons er van nog meer van_
j de ,,stellingen" en ,,tegenstellingen" af te schrüven. Op uitne-
£ mende wijze ontwikkelde hier Enoocr, tegenover de denkbeelden
j van den heer Genuine, de gereformeerde beginselen rnet en naar
· Gods Woord.
Bij de botsing, waarin vóór nu 8 jaar de Hervormde Kerk
. met de besturen der Synodale organisatie geraakte, heeft
Enonïr, geene verantwoordelükheid voor derzelver handelingen
willende dragen, zich bij de Christelijk Gereformeerde Kerk
, gevoegd, van welken stap hij door eene openlüke Verkla-
· ring dan de Hervormde Gemeente heeft rekenschap gegeven.
, In de vereeniging van de beide gereformeerde kerkengroepen
j buiten de organisatie in het jaar 1892 werd hem nog
geschonken de vervulling van zijn voortdurend gebed te aan-
Q schouwen.
gg Voor het Christelijk onderwijs in de verschillende vertak-
kingen toonde Enoiïr door woord en daad de meeste belang-
, stelling gedurende geheel zyn lange leven. HQ arbeidde, o. a.
’ in vereeniging met Gnoniv, voor het lager onderwijs in de
residentie. Op de behoefte aan Christelijke scholen wordt ook
gewezen in het Adres dan de Synode van 1842, en dat aan de
‘ Hervormde Gemeente van het volgend jaar. In de Tweede
1 Kamer streed hij tegen het opleggen van eene openbare school,
p die reeds door hare gemengdheid den Christelijken grondslag
Q moest missen, en daarom, althans in Nederland, nooit de natt-
d · ondle school kon zijn. Een model ook van parlementaire wel-
sprekendheid was Enonr’s rede van 30 Juni 1857 in de Kamer,
I toen door de antirevolutionairen werd getracht het openbaar
onderwijs waarlijk dienstig voor de geheele natie te maken, en daarom
aangedrongen werd op scheiding tusschen lsraëlitische en Chris-
telüke scholen, met facultative splitsing dezer laatsten in room-
sehe en protestantsche, terwijl verdere hulp, zoo nog noodig,
door het büzonder onderwijs kon geboden worden. Aan eene
school, waar de gemengdheid elk positief Christelgk bestand-
; deel moet uitdrgven, was het volk niet gehecht. ,,Ja de Protes-
,. tantsche natie is gehecht geweest aan de wet van 1806, zoolang
F de uitdrukking ,,Christelijke deugden" waarheid was, zoolang
l het gemengde beginsel niet overheerschend was ingeslopen,
i zoolang het niet gekomen was tot eene consequente toepassing,
1 maar zoodra de consequentie daar was (en kon ze achterblijven?)
heeft het nooit ontbroken aan klagten aan de eene zijde van
te groote consequentie, klagten aan de andere zijde van geen
genoegzame consequentie... En nu is gebleken dat een aan-
zienlük en talrijk deel der natie niet gehecht is aan die ge-
mengde school, welke het ontwerp schept, en waarop ter liefde
I
(
E