HomeElout van SoeterwoudePagina 13

JPEG (Deze pagina), 870.36 KB

TIFF (Deze pagina), 6.59 MB

PDF (Volledig document), 30.49 MB

i 9
l tot de Tweede Kamer behoorde, en den 3OS°"“ Juni 1857 met
lf betrekking tot den Minister vkiv nnn Brweenniv zich in deze
woorden uitliet: ,,Mijnheer de Voorzitter, ik bind niemand aan
zijne antecedenten, maar dit mogen wij toch eischen, dat de herroe-
l` ping van de op school-, kerk- en staatsgebied herhaaldelijk,
‘_· krachtig en duidelijk uitgesprokene beginselen gegrond zij op
aannemelijke redenen (het is een voorschrift van het Wetboek
" van Strafvordering, dat de Minister van Justitie, die 17 jaren
lang aan het hoofd eener regtbank heeft gestaan, zeker sedert
lang kent). Ik wensch dat de Minister van Justitie thans nieuwe
gj gronden tegenover oude gronden stelle, opdat in het belang van
{ Regering en Volk, niet het denkbeeld veld winne, dat begin-
selen afhangen van omstandigheden, en opdat het volk althans
niet met bewondering den Minister van Justitie leere naroepeu:
,,tanm vis est et temporis et Zoci!"" ‘)
Wis De antirevolutionaire beginselen, door ELoU·r bepleit, als hij
F· van 1853 tot 1862 in de Tweede Kamer zitting had 2), beleed hij
, nog even stellig, toen hg in 1879 gedurende enkele maanden
weder tot de Tweede, en van 1885 tot 1887 tot de Eerste
; Kamer der Staten­Generaal behoorde.
- In 1874 meende ELoU·r zich, gelijk ik hierboven herinnerde,
uit het openbare leven te moeten terug trekken. Twee jaar
later aan de groeve staande waarin Gnonn vniv Pnrnsrnnniüs
§ stoffelijk overschot zou worden neergelaten, ving hij het toen
1 gesproken woord aldus aan: ,,Binnen den tijd van nauwelijks
1 drie maanden heeft zich het graf vier malen geopend; telkens
’ voor een der uitnemendsten mijner vrienden. 3) En toch - is
’) Zoo groot is de invloed van tijd en plaats! Hcmdd., 1856/57,
bl. 9823.
` z) Zijnen afkeer van onbillijke oppositie toonde Enour o. a. in 1855
i bij de beraadslaging over de veel besproken uitbesteding van duiten-
' plaatjes voor den aanmaak van koperen pasmunt in Nederlandsch-lndië.
Tegenover het door de HH. Dui.i.rn·r en Bnnueor ren Cms gedaan
voorstel tot het houden van eene enquête, die Tuonnrïckn had aanbe-
,‘L volen, wijl aan de »eerlijkheid" der Regeering, met name van de Ministers
g VROI.IK en Braun, in den zin van het »met nauwgezetheid en regtvaar-
digheid" betrachten van het publiek belang, viel te twijfelen. - diende
ELOUT, die dergelijke bejegening ongeoorloofd achtte, eene motie in om
na de verkregen inlichtingen over te gaan tot de orde van den dag,
welke motie den l’lü¤¤ December met 45 tegen 16 stemmen werd aan-
genomen". (Hcmdd., 1855/56 bl. 386).
“) Ook herinnert GROEN in zijn merkwaardige, laatste nummer der
Ned. Geclachterz. van 29 April 1876 aan dc binnen korten tijd overleden
» vrienden en strijdgenooten" vAN MANEN, J. (G.) Donnns, E. vA1vBvi.ANn·r,
MACIIAY, YAN LooN, F. nn Rouennonr.
I
$