HomeElout van SoeterwoudePagina 12

JPEG (Deze pagina), 829.33 KB

TIFF (Deze pagina), 6.59 MB

PDF (Volledig document), 30.49 MB

8
menig advies door hem gesteld in den hem eigen klassieken
vorm, even sober van uitdrukking als keurig van zinbouw,
de bewäzen der onvermoeide werkzaamheid van den edelen fbi
afgestorvene."
Gedurende eenigen tijd maakte ELOU·r deel uit van de Com-
missie, belast met het afnemen der diplomatieke examens, en
voorts verschillende jaren eerst van de Tweede, en later van de (ug,
Eerste Kamer der Staten­Generaal. . (
In 1853 tot lid van de Tweede Kamer voor het kiesdistrict
Gorinchem gekozen, hield hij in dit college zitting, totdat
hy bg schrgven van 7 Augustus 1862 verklaarde, dat züne
gezondheid, welke hem ,,reeds sedert lang de gelijktgdige _§
waarneming van twee werkzame betrekkingen zeer moeijelijk
maakte," hem noopte tegen de opening der volgende zitting
op 15 September zyn ontslag te nemen. Aan vniv LYNDEN vnn _
Snnnnnnune, dien hij in 1885 als lid van de Eerste Kamer zou ws
vervangen, stelde hij toen, maar vruchteloos, voor züne plaats F'
in de Tweede Kamer in te nemen'), welke daarop bezet werd L
door Mr. J. D. vniv DER Penn. ELoU·r voegde zich in de Kamer 3
geheel bg Gnonn vniv Pnrnsrnnnn, Mncnnr, W. vnn LYNDEN, ;
vniv Rnnnn vniv Ounrsnooniv, welke laatste twee namen, - ook ·
prees Gnomv vnn Pmnsrnnmn tegenover mg den heer vnn Rnnnn
eens als een coeur 0Z’01·, - te weinig, zoo merkte ELOUT den
4****** December 1879 in de Tweede Kamer op, in herinnering
worden gebracht. 1
Met die vrienden doorstond ELOUT in 1857 tegenover vnn DER 1
BRUGGHEN den pijnlüken strüd in het ten offer brengen van ‘
vriendschapsbanden aan hoogere belangen. ‘
Tegenover vnn Lrivnnn vnn Snivnnnnune moest Enour, 28
November 1879, klagen over ,,het stilzwügen van den
Minister van Buitenlandsche Zaken, èn thans èn vroeger, in de .
_ waarlük niet te ignoreren volksbeweging," over ,,z§n gemis
van leedwezen, van elke deernis, van elke belangstelling in die t
honderd duizenden, wier belijdenis de Minister hier als de zijne
heeft herhaald, en die in hunne belijdenis zoo diep zün gekrenkt/’
,,Ik neem aan" - dus ging Enorm voort -­ ,,dat men van de gp
eene overtuiging tot de andere overgaat, maar ik kan mij niet g
voorstellen, dat er geen deernis zou bestaan met hen, welke er
het slagtofïer van zijn. ,,En Gnnmo trok zich geen van deze
dingen aan/’ " 2)
In gelüken trant sprak Enour, toen hij voor de eerste maal
‘) Zie ELOU'l‘7S rede in de Tweede Kamer van 4 Dec. *1879 (Handel.,
1879/80, bl. 431.) . ­
“) Handd., /1879/80, bl. 355.
5