HomeElout van SoeterwoudePagina 11

JPEG (Deze pagina), 888.38 KB

TIFF (Deze pagina), 6.61 MB

PDF (Volledig document), 30.49 MB

7
g van State benoemd. Op het punt van in 1830 als attaché bg den ani-
bassadeur FALCK naar Engeland te gaan, brak de Belgische revolutie
i . uit, en begreep hg met het leger te velde te moeten uittrekken.
Toen de Prins van Oranje in 1831 het bevel over het leger
aanvaardde, werd ELOUT hem toegevoegd als Oommies van
Staat en Stafofficier. In die betrekking, welke hg waarnam tot
gj October 1838, en van welke krggsmansperiode ELoU·r later met
ä genoegen en smaak wist te verhalen, had hg de correspondentie
jl met de onderscheidene Departementen van algemeen bestuur en
L, het toezicht over de krggsraadzaken. Bg zijn eervol ontslag
{ kende WILLEM I hem op vleiende wgze toe het Ridderkruis van
g de Orde van den Nederlandschen Leeuw, van welke Orde hg
·, in 1874 tot Commandeur werd bevorderd bg de herdenking van
de 25-jarige regeering van Koning WILLEM III. Later was ELoUT
I in rechterlijke betrekking werkzaam. Reeds had de Koning in
ag . 1838 zgnen naam voor eene plaats als Raadsheer in het Hof
. van Holland opgegeven, doch Mr. van MAANEN, de toenmalige
Minister van Justitie, konde ELOUT niet vergeven, dat hij steeds
_ oppositie tegen de vervolging van de Afgescheidenen had ge- .
‘ maakt. Zoo werd hg dan bg K. B. van 16 Sept. 1838, niet tot
j Raadsheer, maar tot rechter in de arrondissements-rechtbank te
l ’s Hage benoemd. Sedert 1845 was hij lid, en later vice­P1·esident,
l in het Provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland, totdat hem in
u` 1864 een zetel in den Raad van State werd aangeboden, dien
i hij bekleedde tot het jaar 1874, toen hem op zgn verzoek
nl eervol ontslag werd verleend. Op hoedanige wgze ELoU·r in den
Q Raad van State werkzaam was, getuigt het afzonderlijk advies
l door hem met zgn toenmaligen collega, den Staatsraad Mutrsknns,
1 uitgebracht, tegen de invoering van een onderwijs zonder hooger
beginsel in onze Oost-Indische bezittingen, aan welk advies hg
e herinnerde in zgne belangrgke redevoering over het koloniaal
j beleid in de zitting van de Tweede Kamer van 20 December
1 1879; getuigen ook de adviezen van 1865 en van 1869 tegen
l de, nadat zg had plaats gehad door ELOUT steeds betreurde,
. afschafling van de doodstraf, het eene van hem met den vice-
¤ President, en de heeren Bormnr en Mursnnns als leden van den
j Raad van State, het andere van hem met de Staatsraden l/IU·rsAEi<s,
l Srkvnivxssn nn Bnkow en Swnnr 1); getuigt eindelgk niet het
minst het schrgven van den Raad aan zijne weduwe gericht,
j en waarin onder meer voorkomt: ’s Raads archief bewaart in
‘) Van deze adviezen maakte hij den 3dGH December 1879 in de Tweede
. Kamer gevvag.(,Hand0l., 1879/80, bl, 402) Zie ook ELOU'l`7S rede in dc Eerste
· Kamer van 14 Januari 1886. (Handd., 1885/86. bl. 176)
1