HomeDe school van een geneeskundig standpunt beschouwdPagina 32

JPEG (Deze pagina), 781.67 KB

TIFF (Deze pagina), 7.06 MB

PDF (Volledig document), 38.20 MB

. E
l
30
LoRENsEa, wiens artikel reeds in deze inleiding i
besproken werd, schreef het ontstaan van longtering 43
bepaaldelijk toe aan den invloed der school, hoewel
hij eene zekere voorbeschiktheid daarbij niet geheel en I
al ontkende; ook anderen, en zelfs van de latere jaren I
zijn die meening toegedaan. Nadat men de longtering
in verschillende vormen verdeelen ging, en men, onder ;
andere, nevens eene door erfelüken aanleg ook eene
later verkregen tering aannam, werd met recht bij deze =
laatste soort de nadeelige invloed der school voor een
goed deel in rekening gebracht. FnäNKEL zegt: tot de S
ontwikkeling van tering staan <mti/zygiènisc/ze voorwaar- l
den in verband, bovenal slechte luc/ut in overvulde A
ruimten. Von N11=;ME1JER noemt onder de oorzaken, {
waardoor gezonde personen vatbaarheid voor longtering
kunnen verkrijgen, niet alleen: onvoldoende en ondoel­ I
matige voeding; maar als niet minder schadelijk gebrek
s, oem ce»··.s·c/ze luc/zt. En op de tegenwerping, dat het `
_ menigvuldig voorkomen van longtering in gevangenissen , l ‘
weeshuizen en dergelijke inrichtingen niet aan gebrek l
van versche lucht, maar aan slechte en ontoereikende i
voeding zoude te wijten zijn, stelt hij eenvoudig onge­
veer deze vraag: waarom komt in zeer armoedige I
dorpen, welker bevolking stellig nog véél slechter gevoed l
wordt, doch daarentegen overvloed van frissche lucht ë
bezit, de tering veel minder dikwijls voor dan in de i
genoemde inrichtingen? - En daarmede is ook eenigs-
zins het oordeel uitgesproken over de school, welker
luchtverontreiniging reeds herhaaldelijk ter sprake ge-
bracht is.
Wanneer men nu in aanmerking neemt, dat er zulk
een overgroot aantal personen aan de longtering be-
zwijkt, - volgens ENGEL komt onder 100 sterfgevallen [
6