HomeDe school van een geneeskundig standpunt beschouwdPagina 23

JPEG (Deze pagina), 824.09 KB

TIFF (Deze pagina), 7.11 MB

PDF (Volledig document), 38.20 MB

T l9 .
4 de blijvende tanden, terwijl nog anderen als hunne
L? meening verkondigden, dat de hersenen zich in die
eerste schooljaren ongemeen sterk zouden gaan ont-
ji wikkelen, ten koste van het overige gedeelte des l
lichaams. Geen enkel van deze gegevens kan echter
` maar met waarschijnlijkheid in aanmerking komen.
Immers, het blijkt reeds terstond dat al die genoemde
ziekteverschiinsels niet aan een eng beperkten leeftijd l
e- verbonden zijn; want zü treden vroeger of eenigszins l
later op den voorgrond, al naarmate het kind vroeger
l of later naar school werd gezonden. Neemt men aan,
= dat een kind tusschen zijn 7" en 14** levensjaar regel­
matig jaarlijks een nagenoeg gelijk aantal centimeters
in groei toeneemt, wat door verschillende deskundigen
l (QUETELET) als een feit is aangetoond - dan zal men
W opmerken, dat die wasdom steeds bij kinderen, welke
vl op doelmatige wijze huisonderricht ontvangen, zonder
i . bleekworden of andere ziekelijke afwijkingen plaats-
, vindt. Bovendien verliezen zij bijna ongemerkt hunne
j melktanden, om er, zonder de minste stoornis in de
L gezondheid, hunne blijvende tanden voor in de plaats
te krijgen. De bewering eindelijk, dat er in de eerste
ïl schooljaren eene buitengewone hersenontwikkeling zoude
plaatsvinden, is, op zijn zachtst genoemd, eene dwaling;
l want juist in den allereersten levenstijd zijn de her-
T senen veel grooter dan voor hare nog zoo geringe
* functiën noodig blijkt te wezen; terwijl zij in de verdere
jaren bij het toenemen van den lichaamsgroei betrek-
kelijk in ontwikkeling ten achteren blüven (BURDACH).
Derhalve leidt noch groei, noch tandvvisseling, noch
ook belangrijke hersenontwikkeling tot algemeene voe- ·
dingsstoornissen. j
Op deze wijze zou men reeds bü uitsluiting tot de
C 2,,
l
l
Q V