HomeWet op den kinderarbeidPagina 8

JPEG (Deze pagina), 644.10 KB

TIFF (Deze pagina), 5.41 MB

PDF (Volledig document), 23.78 MB

.4)
l

E 6
i onderwerpen, die de Gewerbeordnung regelt, is reeds éen
; door den Nederlandschen Wetgever zijne aandacht waardig
i gekeurd: de arbeid van kinderen. Lag het niet voor de
hand, dat de Commissie moest beginnen met daaraan hare i`
belangstelling te schenken? Zij heeft zich ten eerste af-
gevraagd, of de wet van 1874 met betrekking tot den `
j eigenlüken kinderarbeid voldoende is. Vervolgens, of hare ,
i uitvoering behoorlgk is verzekerd, en zoo neen, welke i
maatregelen er te nemen zijn om dit kwaad te keeren. .
Eer wij tot de behandeling dezer beide punten over-
gaan, vereisoht de terminologie, die wij zullen bezigen,
eenige toelichting. De Engelsche wet van 1878 noemt _
‘ een kind, wie onder de 14 jaar is; een jeugdig persoon,
g wie dezen leeftijd te boven is, maar dien van 18 nog j
1 niet heeft bereikt. De Duitsche Gewerbeordnung laat, L
j gelijk de Engelsche wet, den kinderleeftijd op 14 jaar
eindigen. De Fransche van 1874 daarentegen noemt kin-
i deren alle jeugdige arbeiders beneden de 16, en dit ­
l voorbeeld zullen wg volgen. Waar in dit rapport zonder
. nadere omschrijving van kinderarbeid gesproken wordt,
i zal dus bedoeld worden: alle arbeid van degenen, die
den leeftijd van 16 jaar nog niet hebben bereikt. M
r Eenstemmig is de Commissie van oordeel, dat de Wet
. van 19 September 1874 (Staatsblad 130) geheel onvol-
l doende is te achten, en eene herziening dezer wet voor
, te dragen beschouwd moet worden als een reeds veel te
I lang verzuimde regeeringsplicht. Men kan te nauwernood
i een beschaafd land noemen, waar de wetgeving op den
l kinderarbeid zoo gebrekkig, zoo verregaand onvolledig is,
als in Nederland; geen, waar dit hoogst gewichtig onder- '
werp ten allen tijde met zooveel onverschilligheid van
i Y
E
, it