HomeWet op den kinderarbeidPagina 6

JPEG (Deze pagina), 673.55 KB

TIFF (Deze pagina), 5.43 MB

PDF (Volledig document), 23.78 MB

‘ 4
mengde Commissie gevormd (samengesteld zooals blijkt
uit de onderteekening van dit rapport) die zich den
10 Mei 1879 heeft geconstitueerd. Natuurlijk was W
haar eerste werk zich rekenschap te geven van hare l‘
taak en spoedig bleek het, hoe zwaar en hoe omvangrijk
die was. Wat wordt in Titel VII der Duitsche Gewer-
beordnung al niet geregeld! De arbeid op Zon- en Feest- i
dagen, de wederkeerige verplichtingen tusschen arbeiders
en patroons, de gevallen, waarin het arbeidscontract door "
een der twee partüen mag worden verbroken, de vorm,
waarin het loon moet worden uitgekeerd, de beslissing van i
geschillen, de rechten en plichten van leerlingen, de fa-
brieksarbeid; - in één woord, dit gedeelte der wet be-
weegt zich op een zeer ruim gebied en geeft een wette-
· lijke oplossing aan vele vraagstukken, waarover in den
jongsten tijd gesproken en geschreven is. Nu eens bestaat
die oplossing in het toekennen van meer vrijheid dan tot
dusver, hetzü aan de patroons, hetzij aan hunne onder- `
hoorigen, was verleend; dan weder juist in het tegenover-
gestelde: de vrijheid wordt beperkt. In het algemeen
gesproken kan dit wel geacht worden het grondbeginsel
der Wet, hare leidende gedachte te z§n: den volwassen W
arbeider meer zelfstandigheid te geven en tegelgk meer
waarborgen tegen rechtsverkorting; den niet­volwassen ’
arbeider daarentegen onder de vaderlijke tucht van den
patroon te plaatsen, maar tevens er voor te zorgen, dat
die tucht op de rechte wüze worde aangewend en de jong-
man, als hü de fabriek of werkplaats verlaat. niet zä uit-
geput door overmatigen arbeid en ongeschikt voor de uit-
oefening van ieder bedrijf, dat kennis en bedrevenheid
vereischt, maar integendeel goed gevormd zij, bekwaam
om de wereld in te treden en eer te doen aan den stand, .,
waartoe hij behoort. ·
Behoeven wü te zeggen, dat wü deze leidende gedachte J
1