HomeWet op den kinderarbeidPagina 18

JPEG (Deze pagina), 634.73 KB

TIFF (Deze pagina), 5.43 MB

PDF (Volledig document), 23.78 MB

16
geschiedenis der Wet verklaren, dat zg zoo is uitgevallen;
doch men stemme toe, dat zg, op zich zelve beschouwd,
een wonderlgk aanzien heeft. Het zoo even gestelde di-
lemma kan hier in eenigszins anderen vorm worden her- ‘
haald. Begrgpelgk zou het zgn, dat de wetgever zich _
streng onthield van elken maatregel omtrent den kinder- I
arbeid; maar dien arbeid te verbieden, zoolang de kinderen `
nog geen 12 jaar zgn en hem daarna in den meest vol-
strekten zin vrg te laten, hierin schuilt geen spoor van
eenig beginsel. Het is louter willekeur. Op 12 jaren is
de kinderleeftgd niet ten einde, en nu de Nederlandsche
wetgever zich eenmaal tot taak heeft gesteld, overmati-
gen industrieelen arbeid en verwaarloozing van kinderen
tegen te gaan, is hg gehouden, zgne zorgen ook tot oudere
kinderen uit te strekken.
Die zorgen moeten, zoo dunkt ons, in het volgende bestaan:
A. Er moet gewaakt wordenf voor de belangen van
gebrekkig ontwikkelde kinderen; I
B. Er moet een regeling zgn, die den nachtelgken.
arbeid van kinderen zooveel mogelgk beperkt;
C. Sommige werkzaamheden moeten aan kinderen, (
ouder dan 12 jaar, volstrekt, of zoolang zg een zeke- i'
ren leeftgd niet bereikt hebben, worden verboden; l
D. De werkuren der kinderen moeten, naar gelang van
hun leeftgd, wettelgk worden geregeld, met toe-
passing, waar dit kan geschieden, van het zooge­ .`
naamde hdlf­ti’m­e system voor kinderen onder de l
14 jaar.
A. De gebrekkig ontwikkelden. I.
Hetgeen wg bg den veldarbeid hebben voorgesteld ten b
behoeve van kinderen van 8 tot beneden de 12 jaar,
worde toegepast op den industrieelen arbeid van kinderen 1
van 12 tot beneden de 16, met dit verschil nochtans, ’
t