HomeVolk en staatPagina 39

JPEG (Deze pagina), 733.47 KB

TIFF (Deze pagina), 6.98 MB

PDF (Volledig document), 29.39 MB

i
· 37
j bruiken zonder dat het veredeld is door een gemeen-
schappelijk rechtsleven.
` ` Ook de wisselingen van het rechtsbegrip zien ‘
wij zonder schroom. Wij weten dat men van den
beginne ar aan bewust of onbewust heeft getracht
in het onderling verkeer die gelijkmatigheid te ver-
wezenlijken, die men zich als ideaal stelde. Wij
" stellen meer dan zij die ons voor zijn gegaan ver-
trouwen in de vrijheid der menschen, wij begrijpen
beter dat allen het best zamenwerken wanneer zij
onbelemmerd hunne menschelijke natuur kunnen vol-
_ ‘ gen; wij zien in, dat de grootste gelijkheid hierin
( bestaat dat ieder zich ontwikkele, dat ieder leve,
I zooals hij zelf kan en zelf wil; wij beseffen in één
W woord, dat het recht moet zijn de regeling der vrij-
heid. En wanneer wij streven om door onze wetten
en instellingen dat doel nader te komen te midden
van overgeërfde gewoonten, vastgewortelde misbrui-
» ken en door ouderdom eerwaardige maatschappelijke '
` verhoudingen, dan gaan wij denzelfden weg als zij
die ons voorgingen: door regtvaardig te zijn naar
« ms regtsgevoel vervolgen wij het pad der vaderen.
Weten wij alzoo dat de staat in de openbaring
van het regtsleven eener natie, dan weten wij ook
tevens welke zijn dé grenzen der staatsbemoeijing.
De staat heeft niet alleen te waken voor de hand-
. having van zijn recht in het internationaal verkeer,
i te regelen al wat behoort tot het gebied van privaat
l

4