HomeVolk en staatPagina 33

JPEG (Deze pagina), 793.25 KB

TIFF (Deze pagina), 7.04 MB

PDF (Volledig document), 29.39 MB

:23 ,,
i . 31
- meenten, provinciën en natiën, maar van daar ook
i dat het ten achter staat bn het Romeinsche recht, .
E in de vorming van abstracte rechtsregelen en de
· ontwikkeling van zuiver individuele verhoudingen.
Het Germaansche recht gaf juist door zün hang
naar organische vorming, aanleiding om onder-
scheid te maken tusschen standen en klassen. Oor-
op spronkelük worden, juist omdat de persoon op den
I voorgrond treedt, voorrechten en eerbewüzen ge-
geven aan de waardigsten. Reeds TACITUS vermeldt
dat de Germanen de akkers verdeelen secundum
( dignitatem. Maar die voorrechten gingen gemak-
Q kelük over van vader op zoo11, niet alleen omdat
{ de zoon de goede eigenschap van den vader vaak
‘ erfde, maar ook omdat de famille zelve als eene
il gemeenschap werd gedacht, voortdurend van ge-
slacht. tot geslacht. Zoo ontstond langzamerhand
eene maatschappelüke inrichting, waarbü van de
è gelükheid waarvan men was uitgegaan, ook de
schün niet meer te vinden was. Toch erkent men
ik gemakkelük, ook in dezen verbasterden vorm, het
ë Germaansche rechtsbeginsel. In het Germaansche
Ei recht is bovenal dit beginsel eigenaardig, dat de
persoonlüke waardigheid bg de verschillende indi-
viduen verschillend is, en dat de ware gelükheid
§ en dus de ware regtvaardigheid alleen dan wordt
ik behartigd, wanneer ieder in waarde wordt gehou-
‘ ii den naar züne eigene verdiensten. Maar omdat de
i Germaan zich voelde niet alleen als individu, maar

. '
J ä