HomeVolk en staatPagina 22

JPEG (Deze pagina), 786.10 KB

TIFF (Deze pagina), 7.18 MB

PDF (Volledig document), 29.39 MB

i 20
daardoor veroordeeld. Het bestuur is bekleed met
het gezag als drager van de gemeenschap. Het is ik
onverschillig of het land wordt geregeerd door een i‘
monarch door eene aristocratie of door de zamen- ’
werking van alle burgers, zoolang wordt geregeerd
volgens den wil van het v0Z/c, van de natie. Het `
volk, in den zin van de gezamenlüke thans levende
­ individuen, kan evenzeer, AR1s<ro·rELEs heeft het
reeds ingezien, alle recht met voeten treden als de «
tyran. En het gevaar voor rechtsverkrachting door
de democratie, is in onzen tüd van opgewekt pu-
bliek leven, het meest dreigende gevaar. Want de
democratie heeft den schijn voor zich van recht.
Waar anders, vraagt men, zult gü het recht om .
te regeeren vinden dan in den boezem van hem
die geregeerd wordt? Waaraan ontleent de
bevoegdheid om het volk te besturen, zoo niet
aan het volk zelf? Voorwaar deze noodlottige
begripsverwarring, dit onheilspellend qui pro quo,
is een van de groote rampen van onzen tüd. Men
verwart volk en volk de vereenigde individuen van
één geslacht, met de groote gemeenschap , de groote
persoonläkheid der natie. Zoolang de menschen
instinctmatig handelen, brengt de zamenwerking
van allen meestal slechts het goede te weeg. Wan-
neer men over groote perioden den groei gadeslaat
van politieke instellingen, of de langzame wording , i
van regtsregelen uit de gewoonten en rechtsgebrui­ G ·
ken, dan moet men zich verwonderd afvragen hoe `