HomeHet kamerbesluit van 25 Mei en zijne gevolgenPagina 31

JPEG (Deze pagina), 944.00 KB

TIFF (Deze pagina), 7.47 MB

PDF (Volledig document), 27.38 MB

j, i EN ZIJNE Gnvomnn. 29
met algemeene stemmen aangenomen, maar eene motie van
j mij, inhoudende, dat ,,het belang des lands verbiedt de her-
j ziening van het kiesrecht nog langer te verschuiven.," heet
bedenkelijk, ja een gevaar voor het land. VVaarom, zeggen
ons de heer Wiiitgens en anderen. ,,Wanneer de kamer
dergelijke motie, voorgesteld door den. heer van Houten,
aanneemt,” zoo waarschuwt de heer Wintgens zijne mede-
leden, ,,dan voteert zij het algemeen stemrecht, dat niet dan
door middel eener grondwetsherziening te bereiken is.” Wij
· kunnen den inhoud der motie niet afscheiden van de bekende
j meeningen van den voorsteller, zeggen de heeren van Delden
H en Roëll. Die verklaringen hebben alleen redelijken zin , wan-
V neer men ze in gedachten aldus aanvult, dat deze sprekers
S vreezen , dat de aanneming eener motie van mij als eene prise
i en cawsidémäirm van mijne denkbeelden zou kunnen worden
opgevat, en zij overtuigd zijn , dat, zoo de kroon ze als zoodanig
opvatte, en diensvolgens de rechten der kroon werden aange-
wend, om mijne denkbeelden te verwezenlijken, daaraan de
i zege niet meer te onthouden was. Het koninklijk woord ten
haren gunste zou vnacáiwoorcl zijn , gelijk in Maart 1848. Par-
` lementair partijgeknoei kan zich onledig gaan houden met eene
i nieuwe regeling van den census, enmet eene nieuwe ver-
. knipping van de kiesdistricten. Het groote publiek zou daarbij
i l onverschillig blijven, omdat de kwaal, waaronder het land
lijdt, er niet door genezen zou, en ernstige bestrijding dier
kwaal er door zou worden verschoven. Maar de sympathiën
des volks zouden zich onweerstaanbaar uiten, indien de uit-
· ' roeiing der kwaal zelve werd voorgesteld. Met en door het
i initiatief der uitvoerende macht is de noodige ingrijpende
hervorming reeds nu bereikbaar. In zoove1· is de zaak dus
voor beslissing rijp, en behoeft men niet nog verdere ver-
schijnselen van desorganisatie van den staat af te wachten,
om er toe te kunnen geraken.
l« Wat ter wereld wordt er ook door gebaat, wanneer er
f zoo lang gedraald wordt als in l84L8? Is de houding der _
l kroon niet waardiger, en verwerft zij zich niet meer aan­
p spraak op dank, indien het beslissend woord gesproken wordt,
zonder dat uitwendige omstandigheden daartoe noodzake11P
{