HomeHet kamerbesluit van 25 Mei en zijne gevolgenPagina 23

JPEG (Deze pagina), 940.78 KB

TIFF (Deze pagina), 7.58 MB

PDF (Volledig document), 27.38 MB

' nn zunn cEvo1.cEN. 21
die bij de stembus invloed hebben, en het is onmogelijk,
· dat de kamer doorgaand even zoo goed kan letten op de
belangen van hen, die geene stem hebben. hebben in
de kamer liberalen en conservatieven, vrijdenkers en ge-
_ loovigen, protestanten en katholieken, maar één trek heb-
ben alle partijen gemeen, nl. dat zij de beginselen en voor-
oordeelen der renteheffers deelen, en bereid zijn onmiddellijk
gemeene zaak te maken tegen ieder, die ook maar met een
_ vinger wijst naar ’t geen het kapitaal als zijn recht beschouwt.
j Dat is de gemeene trek , die alle verschil doet harmonieeren,
j en de gewone ministerieele wisselingen maakt tot verande-
j ring van spelers, niet van spel. Ons kiesstelsel kortwiekt alle
talent en dooft het rechtsgevoel. Ideën, die eenig voorrecht
van de bezittende klassen bedreigen, of hun een onaange-
namen plicht zouden opleggen, komen niet tot ontwikkeling.
Geene kracht van overtuiging enkelen kan opwegen tegen
de kracht der inertie van de massa. Het geloof in de kracht.
der goede zaak en der waarheid gaat verloren. Capaciteiten,
die wegen inslaan, welke den kapitalisten onaangenaam zijn
of hun ook maar bedenkelijk schijnen, staan geïsoleerd , omdat
hun naam geen veilige banier bij de oensus­stembus is. De
capaciteiten daarentegen, die de eischen van rede en weten-
7 Y schap weten te doen zwijgen, die in öegévzsel voor de rechten
van allen dwepen, maar hunne stem geven voor behoud
ook der grofste schending van de politieke rechten der loon-
’ trekkenden, vinden aanhang en gehoor. Slechts voor hen is
j in onze census­kamer op den duur levenslucht, die berusten
j in de onuitvoerbaarheid van al wat voor het land noodig
is, en zich tot woorden kunnen bepalen, wel wetende, dat
1 de census elke daarmede overeenstemmende daad verhindert.
A ; Hoe menigeen heb ik reeds het slachtoffer zien worden van
die uit den census noodwendig voortvloeiende omstandigheden ,
. en op den kruisweg het juk van den census zien opnemen!
jl Van dit standpunt verdient ook het lot van Kappeyne en
ï° zijn kabinet de aandacht. Zoolang hij den census slechts met
woorden aanviel, was hij de talentvolle leider der liberale
l partij. Doch toen hij, - niet langer op levensverlenging van
j zijn kabinet, maar op verwezenlijking van ’t geen hij zecáá