HomeHet kamerbesluit van 25 Mei en zijne gevolgenPagina 18

JPEG (Deze pagina), 958.68 KB

TIFF (Deze pagina), 7.60 MB

PDF (Volledig document), 27.38 MB

V,x”’ ini"/”?v`i`;7r"rv_H_h"'*"`"T""' """" """"""""_‘*·-·«‘V·~~-­­ -·- -W-~­.- g ,.,.f-,.... _,,, vr _`<YF=Y 1
l
i
. 16 HET KAMERBESLUIT VAN 25 Mm i
dat het zelfs noodig wordt geacht, het volk in staat te stellen , jj
l op officieele documenten over de za.ak te oordeelen. Als een j
qebcim worden de tot deze ministerieele crisis betrekkeli_jke W
stukken aan de kamerleden medegedeeld. Wat het groote j .
publiek er van weet, weet het door indiscretie of door ver-
U trouwelijke mededeeling van de betrokkenen. Het parlement ·
ziet dit alles over het hoofd, althans tot dusver, omdat het j
korziwkly/c ministerie , meer dan eenig vorig parlomevziair mini-
sterie, op zijne wenken vliegt, en het koninklijk prestige I
reeds zoover gedaald is, dat eenerzijds het ministerie zoo l
min mogelijk zijn extra-parlementairen oorsprong verraadt, , l
anderzijds het parlement zich overtuigd houdt, dat dit kabinet i E
aan zijn koni11klijken oorsprong geen kracht zou kunnen ont-
leenen, om tegen het parlement strijd te voeren. Even als
men soms in het dageli_jksch leven handelingen in strijd met
zijne rechten toelaat, wanneer degene die ze pleegt niet be-
i doelt, zijne eigene rechten ten koste der onze uit te brei-
den, en men zichisterk genoeg gevoelt, zoodra het begint ·
te vervelen, zoodanige inbreuken te keeren , zoo handelt ook L
het parlement lankmoedig. De strijd tegen de kroon is ten · ‘
gunste van het parlement beslist, en het parlement bewaakt =
daarom niet meer met jaloersch oog de grenzen van het
wederzijdsche machtsgebied.
Kamers en land zijn er door gewoonte mee vertrouwd
geraakt., niet meer met het koningschap als zoer/velg/cc macht 4
rekening te houden. Het prestige van het koningschap is K
minstens in gelijke mate als dat der tweede kamer gedaald. "
4 Allen scharen zich nog wel om de kroon als symbool om
ccvzáeéel, de eerbiedige formules van het monarchaal stelsel blij-
ven in gebruik, en naar waarheid kan men zeggen, dat er
geene republikeinen zijn, maar enkel omdat er geene monar­ _ `
chalen meer zijn, en de ultra-monarchale begrippen, over
wier in zwang komen in den eersten tijd der regeering van =·
Willem I Hogendorp en anderen zich zoozeer beklaagden,
J , weder zijn versleten. Van een koningschap og Gods qerzacle, l .
. in den zin dien men er toen aan hechtte, is geen sprake
meer. Kroon en hermelijn en staatsiekoets zijn er nog, maar ­ j ,
de staatkundige en maatschappelijke macht is verdwenen. l
*;
/
, K