HomeHet kamerbesluit van 25 Mei en zijne gevolgenPagina 15

JPEG (Deze pagina), 943.52 KB

TIFF (Deze pagina), 7.53 MB

PDF (Volledig document), 27.38 MB

j 1
1
j Y
j ,
j EN ZIJNE emvomnu. 13 j
de onder haren invloed staande ministeriën minstens even j
trouw voor die belangen waakten, heeft gedurende haar `Q
· ruim dertigjarig bestaan eigenlijk niets van het haar toege- j
j dachte werk behoeven te doen. Min of meer gezocht heeft zij
l van tijd tot tijd eens de gelegenheid moeten aangrijpen , om 1
te toonen dat bestond. j
Ik beweer daarom geenszins, dat zij nutteloos is geweest.
- In een constitutioneelen staat ben ik een beslist tegenstan­ j
der van het éénkamerstelsel. De taak eener eerste kamer kan
men vergelijken met die der getuigen bij een duel. Zij zijn .
,1 niet overbodig, al moge het hoogst zelden voorkomen, dat 1
zij de strijders tot opvolging van de wetten der eer hebben E
te noodzaken. Zoo heeft ook onze eerste kamer door hare
zwijgende aanwezigheid corruptie gekeerd. Is er slechts één
kamer, de verleiding is voor de regeering te groot, en de 3
j gelegenheid te gemakkelijk, om door ontbinding op een gun-
‘ stig tijdstip , door beloften , vreesaanjaging ofdergelij ke onwaar- E
° dige middelen zich eene meerderheid te verzekeren. Onze
oostelüke naburen zijn eens weder bezig, de wrange vruch­ `
· ten van het eenkamerstelsel te plukken. Nu de bondsraad
1 geene zelfstandigheid tegenover den rijkskanselier toont te ,
i hebben, zal de duitsche bondsconstitutie stranden op de af-
, j wezigheid eener eerste kamer. Om goed te werken, moet eene 1
eerste kamer echter geeniandere taak hebben, dan de hand-
. having van de eerlijkheid van den politieken strijd, en van
eene constitutioneele uitoefening der wetgevende bevoegdhe-
den. Hare organisatie moet op vervulling dier taak, niet op
handhaving van eenig bijzonder- of klassenbelang zijn ingericht.
Eenmaal slechts heeft onze eerste ka.mer in de eigenlijke rol
eener eerste kamer actief dienst gedaan. Toen in 1868 de raad-
gevers der kroon het ontbindingsrecht wilden misbruiken als
een wa.pen tegen de zelfstandigheid der tweede kamer, en
daaraan eene andere beteekenis wilden geven , dan die van een
· buitengewoon middel om de eenswillendheid van kamer en
j kiezers te toetsen, was een levensteeken der eerste kamer ‘ ‘
j voldoende, om de kroon ,,binnen de grenzen" te houden. ‘
j Maar al erkent men volmondig het nut eener eerste kamer,
j haar bloot controleerende rol maakt reeds op zich zelve onmoge-
l
l
| J
l .
l