HomeHet kamerbesluit van 25 Mei en zijne gevolgenPagina 14

JPEG (Deze pagina), 925.91 KB

TIFF (Deze pagina), 7.53 MB

PDF (Volledig document), 27.38 MB

l à
t 1
j 12 nirr KAMnRBnsLU1·r vtm 25 M111
l op handelen aankomt, dan make men de opmerking, dat
` het tijdstip niet gunstig is, en met heiligen er11st verklare
men elke o11eHe11heid· van de11 te beganen weg een o11over­ 1
komelijke berg te zijn. Actieve politiek voor de uitbreiding
van het kiesrecht brengt dan ook inderdaad de tegenwoordige i l
gekozenen in een hachelij ke11 toestand. De tegenwoordige kiezers
toch verliezen aan invloed, en ’t islniet zeker, dat de nieuwe
kiezers de oude beginselen en de oude personen zullen willen. 1
Een slechte kans dus , als de hervorming gelukt. Maar evenzeer
een slechte kans, als zij mislukt, want dan is het egoisme
der oude kiezers wakker geschud, en de vrees ligt voor de ,1
hand, dat zij den belager hunner voorrechten met een scheef
1 oog zullen aanzien. Vocrzieátzje is het dus , verklaringen omtrent "
j beginselen niet terug te houden, maar tevens te zorgen, dat
l de zaak van de dagorde verwijderd blijve, en principieele
` stemmingen te vermijden. Voorzichtig namelijk van het stand- ‘ j
punt van het lieve ik; maar de vraag is, of het ook goed ‘
is voor het land? Of zij, die voor de ontwikkeling onzer °
t rechts- en staatsinstellingen te zorgen hebben, het voor het
2 land kunnen verantwoorden, maar altijd door excepties te 1
_ zoeken, om stilzitten te vergoelijken? l
De motie van 25 Mei breekt met dit soort van opportu­ W
W nisme, en belooft de dageraad te worden eener betere toe- j
komst. ’t Werd inderdaad tijd. Want ons land verkeert,
wat zijne staatsrechtelijke organisatie betreft, i11 een onbe- .
, , grijpelijken toestand ; een toestand, dien men orzmoeety/s zou
j achten , indien men dien niet voor oogen had, en dien men
orzctrriqety/c zou vinden, indie11 men er niet langzamerhand
F aan gewend ware. _ 1
Minder 0111 kritiek te oefenen, dan om de naakte feiten in
u het licht te stellen , moet ik kortelijk den toestand onzer staats-
j machten nagaan, en een schets geven van ’t geen het uitstel-
le11d opportunisme van onze staatsinstellingen heeft gemaakt.
` l
Over de eerste kamer behoef ik weinig te zeggen. In het l
. leven geroepen , om de belangen der bezitters te beschermen,
terwijl de door de censuskiezers gekozen tweede kamer en j
. 1; 1 j
1

1 l
I
I
· l