HomeDe troonopvolging, een gevaar voor de vrijheid van NederlandPagina 30

JPEG (Deze pagina), 666.18 KB

TIFF (Deze pagina), 6.36 MB

PDF (Volledig document), 22.59 MB

V, _ al
Ii E
28 ‘
. lj
l doende onder de knevelarijen der Pruisisehe dwingelandij te
Q ·’ ve1·vallen.
i Moest toch die onherstelbare ramp ons overkomen, dan
ware het onherroepelijk gedaan met de vrijheid waarin wij j
ons thans verheugen. Alleen het verlangen naar recht zon
l Q ons als Staatsgevaarlijke en Rijksvijandige misdaad worden E ·;·
j toegerekend, en bij de minste opflikkering van nationaal i .
leven zouden wij de met geheele vernietiging dreigende Rijks T
Hoogheid ontwaren. l
P l
» Tremendo , Z
T Jupiter ipse ruens tu1nulta.«
ij (Homrrus Lib. I, Ode 16.) 9
j ­ ·
il VVaar is het dat art. 23 der Grondwet de zinnelooze
bepaling inhoudt, dat de voordracht tot veranderingen in de
troonopvolging uitsluitend van den Koning mag uitgaan.
Met het leenreehtelijk historisch beginsel onzer Staatsregeling ‘ ik
vormt die bepaling eene absolute Couáruciicáio iu temuiuis, l
want, zooals ik reeds aanstipte, kan het gezag van den
Leenvorst nimmer anders dan in overeenstemming met de ge-
jg openbaarde bedoelingen der Rijks Oppermacht uitgeoefend _ .
E worden, en daar nu die Oppermacht, dat Summum Iuunerium
van het Heilige Roomsehe Rijk is overgegaan op het souve-
reine Nederlandsche volk, zon het een al te dwaas beweren
· z§n dat de Koning als Leenman wegens de Kroon, zich
il tegen het uitgedrukte verlangen van dat volk, als zijn
Leenheer, zou mogen verzetten, hetgeen in Jura feualulo
Q de misdaad van zedellie en felouáe daarstellen, en den Loe11­
man van zijn leen vervallen doen zou. 4 R ‘
Het komt er dus alleen op aan dat de Natie hare bedoe-
jj lingen, met redenen omkleed, en steunende op het behoud j
il j