HomeKorte aanteekeningen betreffende eenige Artillerie-ZakenPagina 55

JPEG (Deze pagina), 675.84 KB

TIFF (Deze pagina), 7.10 MB

PDF (Volledig document), 40.48 MB

j 53 `
gehouden worden op bekende, daarna op onbekende
afstanden van 600 tot 1600 M.
Als doel werd gebezigd eene zwarte houten schijf
hoog 1,50 M., breed 1 M. met ronde witte roos van
50 c.M. middellijn. l
Om het doel te verbreeden werden even vóór elk
schot regts en links naast deze schijf gesteld op twee
gelederen 5 a 6 kanonniers; de irontbreedte bedroeg
dan omstreeks 7 M. Als het stuk, een kanon van 12
c.M. KA op de roos was gerigt (in werkelijkheid
zoo mogelijk op het laagst zigtbare punt van het doel) ,
werd in de öaläerä de wzïáe vlag geplaatst.
E Ten teeken dat dit was opgemerkt, geschiedde
ditzelfde bij het doel en in den observatiepost. Was
men in de batterij gereed om te vuren dan werd de
. made vlag geplaatst, hetgeen daarna ook in den obser­ 1
. vatiepost en aan het doel geschiedde, aan het doel ’
j eerst nadat de aanslag bepaald en alles in gereedheid
was gebragt om aldaar een kardoesje van 30 à 70
T, grammes buskruid, waarin als geleidvuur een stukje
' gezwinde lont van ongeveer 30 c.M. lengte zich bevond,
ii te ontsteken. Zoodra aan het doel de made vlag woei,
l werd in de batterij wm? gekommandeerd.
l Omstreeks a á minuut later werd het kardoesje
bij het doel ontstoken en werden onmiddelijk daarna
de zes vlaggen gestreken.
De batterij observeerde de zijdelingsche afwijkingen,
de observatiepost seinde naar de batterij hoeveel de
aanslag (hier tevens aangenomen als springpunt) te
kort of te ver geschat werd.
»