HomeKorte aanteekeningen betreffende eenige Artillerie-ZakenPagina 51

JPEG (Deze pagina), 677.41 KB

TIFF (Deze pagina), 7.08 MB

PDF (Volledig document), 40.48 MB

f
l 49
‘ " . D l .
M. zou men hiertoe FO/ng minder opzet moeten geven,
iets hetgeen op het oog wel ongeveer kan geschieden
maar toch niet naauwkeurig genoeg om daaraan veel
`« praktische waarde toe te kennen. Als daarom het
ij aantal te kort gaande schoten steeds tusschen g en g
I invalt, zal men goed doen geene correctie aan te
brengen
Ter loops zij hier opgemerkt dat men, bij zoodanig vuur
als hier bedoeld, bepaald een uuärzgzyuui moet kiezen. .
A Aanvankelijk rigt men het kanon met den vermoede-
` lijk goeden opzet en de correctie voor de derivatie op
i de ongedeerde buitenkruin naar de standplaats van den
i vijandelijken vuurmond, waarbij men door den rook en 5
het vuur bij het schieten ontstaan meestal vrij naauw-
l keurig geleid wordt. Daarna kiest men een duidelijk
zigtbaar hulprigtpunt, dat minstens even ver als het i
doel van de batterij verwijderd is. Bij voortduring i
i wordt op dit punt gerigt en ook de noodige correctie
‘ ‘ ter verbetering van het schot daarop aangebragt.
, 3. Mau vuur! als ouder 2 iegeu eaue öuz‘z‘erz)` met
il aplaapeude plaugáe ap deu ufsluud rum 2200 M Zeu `
ezude em 0muz'du’eZ@k duur ucáier g@Zuuz‘sz‘ zzgykzvzzielgjäë {
Zuzuau te demorziereu.
J. Daar de invalshoek G? en dus grooter is dan de j
_ helling der plongée, zoo zal niet de buitenkruin maar
wel de binnenkruin afgekamd worden. Laat de terrein-
hoek : 0°, H5., :..- 1,80 M. en het hoogste punt der l
monding van den vijandelijken vuurmond 70 c.M. boven
' en 40 c.M. voor de binnenkruin gelegen zijn.
4
5 .
l
. r