HomeKorte aanteekeningen betreffende eenige Artillerie-ZakenPagina 50

JPEG (Deze pagina), 707.74 KB

TIFF (Deze pagina), 7.08 MB

PDF (Volledig document), 40.48 MB

ïli
.
A 48 j l
het doel bereiken, althans een geul maken waardoor i "
· een volgend schot het doel. kan treffen.
f Het vertikale doel is in den beginne dus als het ware
32 -1- 20 : 52­c.M hoog en zou het gemiddelde tref-
punt in het midden hiervan en dus op 6 c.lVI. boven ]"
p de buitenkruin moeten liggen, Daar evenwel de buiten- j
I kruin en de plongée door het schieten afgekamd worden l
i en het doel daardoor naar beneden toe langzamerhand
ontbloot en grooter wordt, zoo gelooven wij het doel-
l matig, dat het gemiddelde trefpunt reeds bij het begin
l iets lager en wel bijv, in de ongedeerde buitenkruin H
,7 komt. Zelfs bij eene diepte der geul van 30 à 40 .
I c.M. kan men hier bij blijven en moet men dan steeds
j de helft der schoten als te kort waarnemen. Verkrijgt l
j de geul evenwel eene grootere diepte bijv. van 70 à p
i 80 c.M., dan moet het gemiddelde trefpunt lager dan
i de ongedeerde maar hooger dan de afgekamde buiten-
kruin, {die feitelijk voet van het doel wordt en aan- _
i houdend daaltg, gebragt worden. Neem aan dat de nl
I geul omstreeks 80 c.lV[. diep schijnt, dan is de hoogte ` i
i van het doel 80 ­|- 32 : 112 in plaats van 52 ge- _ .
worden. Het midden der hoogte van het doel ligt nu .
Eë···56cM ·· ä H. Z 056 H boven den
_ 2 ‘ ‘ ‘ “ 100 °° ’ 5°
i voet van het doel. Zal het gemiddelde trefpunt ook ,·
1 daar gelegen zijn, dan moet men 23% der schoten .
zien te kort gaan, Schijnbaar ligt het gemiddelde
trefpunt nu hooger, doch dit wordt veroorzaakt omdat
l de voet van het doel gedaald is; werkelijk ligt het p
I 80-56 : 24 c.M, lager dan in het begin. Op 1500 '
F .
E
l
‘ 1

` [